Crisisheffing is deels onrechtmatig

De terugwerkende kracht in de pseudo-eindheffing hoog loon (crisisheffing) is deels in strijd met de Europese regels. Advocaat-generaal Wattel heeft dat recent aangegeven in zijn conclusie.

26 juni 2015 | Door redactie

Op 25 mei 2012 kondigde het kabinet aan dat de crisisheffing terugwerkende kracht zou krijgen. U moest dus in 2013 een eindheffing van 16% betalen over het deel van het loon in 2012 dat boven de € 150.000 uitkwam. Tegen deze crisisheffing en de terugwerkende kracht daarvan lopen veel rechtszaken. Een hiervan ligt nu bij de Hoge Raad. In deze zaak gaat het om een concern met drie bv’s, waarbij de drie bv’s te maken kregen met de crisisheffing. De bv’s vonden de crisisheffing in strijd met de Europese regels.

Crisisheffing moest voorzienbaar zijn

De advocaat-generaal heeft aangegeven dat terugwerkende kracht in principe wel mogelijk is als het belastbare feit na de aankondiging ligt (in dit geval 25 mei 2012) en na het tijdstip van de terugwerkende kracht. De werkgever moest immers wel rekening kunnen houden met de extra heffing. Het was dus belangrijk dat de crisisheffing op het moment van uitbetalen van het loon voorzienbaar was. De aankondiging was op 25 mei 2012, dus de bv’s konden pas na die datum rekening houden met de crisisheffing. Dit betekende dus extra financiële lasten voor deze bv’s. De Belastingdienst mocht de crisisheffing volgens Wattel dus niet toepassen voor het loondeel dat vóór 25 mei 2012 al boven de € 150.000 uitkwam. Na die datum was de crisisheffing wel toegestaan. Het is nu afwachten of de Hoge Raad deze conclusie volgt.
Conclusie Advocaat-Generaal, 18 juni 2015, ECLI (verkort): 947