Excessieve vertrekvergoeding in 2020 vanaf € 559.000

Per 1 januari 2020 is de grens voor de pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoeding gestegen naar € 559.000. Werkgevers betalen over het deel van een vertrekvergoeding dat boven dit bedrag uitkomt maar liefst 75% extra aan pseudo-eindheffing. Dat staat in de 2e uitgave van de Nieuwsbrief Loonheffingen 2020.

27 januari 2020 | Door redactie

Als een werknemer vertrekt, kan een werkgever hem een vertrekvergoeding meegeven. Over een zogenoemde excessieve vertrekvergoeding betaalt de werkgever vanaf het zogenoemde toetsloon 75% aan pseudo-eindheffing bovenop de reguliere loonheffingen. Een vertrekvergoeding is in 2020 excessief als deze meer dan € 559.000 bedraagt. In 2019 lag de grens nog bij € 551.000.                              

Alleen excessief bedrag belast

De pseudo-eindheffing geldt alleen voor het excessieve deel van de vertrekvergoeding. De werkgever betaalt dus alleen over het deel dat boven de € 559.000 uitkomt. Geeft hij een werknemer bijvoorbeeld € 650.000 aan vertrekvergoeding mee, dan betaalt hij alleen over de excessieve € 91.000 pseudo-eindheffing en niet over de volledige € 650.000.

Apart aangifte doen

Een werkgever mag de pseudo-eindheffing voor excessieve vertrekvergoedingen niet opnemen in zijn reguliere aangifte loonheffingen. Hij moet de aangifte voor de vergoeding schriftelijk indienen met een apart aangifteformulier, dat hij moet aanvragen bij de afdeling pseudo-eindheffing van de Belastingdienst. De pseudo-eindheffing moet aangegeven worden in het aangiftetijdvak waarin de dienstbetrekking eindigt. Als de werkgever na het einde van de dienstbetrekking nog een deel van de vertrekvergoeding aan de werknemer toekent, moet hij op dat moment opnieuw de berekening maken en ook opnieuw aangifte doen. Afrekenen kan dan nog niet meteen: daarmee moet de werkgever wachten tot hij van de Belastingdienst een naheffingsaanslag met acceptgiro krijgt.