HR over afdrachtvermindering: kwaliteit niet ter discussie

De Hoge Raad heeft in een rechtszaak over de afdrachtvermindering onderwijs geoordeeld dat de inspecteur van de Belastingdienst niet mag toetsen of een opleiding voldoet aan de opleidingseisen. De controle op de kwaliteit van de opleiding ligt namelijk bij de onderwijsinspectie en niet bij de Belastingdienst.

2 november 2017 | Door redactie

De Hoge Raad volgt in de rechtszaak het advies van de advocaat-generaal. Die concludeerde eerder al dat de inspecteur van de Belastingdienst voor de afdrachtvermindering onderwijs niet mag toetsen of een opleiding voldoet aan de eisen uit de Wet educatie en beroepsonderwijs. De belastinginspecteur moet alleen vaststellen dat de training gevolgd is aan de hand van een diploma of certificaat. Pas als er geen diploma of certificaat is, kan de Belastingdienst de werkgever om nader bewijs vragen over de training.

Nog steeds volop geprocedeerd

Hoewel de afdrachtvermindering onderwijs al sinds 1 januari 2014 is vervangen door de subsidieregeling praktijkleren, wordt er nog volop over geprocedeerd. De Hoge Raad oordeelde onlangs ook al in het voordeel van de werkgever toen hij concludeerde dat een diploma voldoende bewijs is voor deelname aan een opleiding en dat een deelkwalificatie ook voldoende grond is om de afdrachtvermindering toe te passen.
Hoge Raad, 13 oktober 2017, ECLI (verkort): 2597