LKV en LIV deze maand in loonaangifte 2019 verwerken

Elk jaar moet de werkgever uiterlijk 31 januari de laatste loonaangifte over het vorige kalenderjaar indienen. Het is zaak om dit juist en volledig te doen, omdat hieruit valt af te leiden of uw organisatie recht heeft op tegemoetkomingen.

23 januari 2020 | Door redactie

De gegevens uit de aangifte loonheffingen over 2019 gebruikt de Belastingdienst onder andere voor het toekennen van toeslagen en de vooraf ingevulde aangifte inkomstenbelasting voor werknemers. Maar ook berekent de Belastingdienst hiermee de eventuele tegemoetkomingen waar uw organisatie recht op heeft voor bepaalde werknemers met een laag loon.

Recht op (jeugd-)LIV en/of LKV

Uw organisatie kan voor werknemers recht hebben op het lage-inkomensvoordeel (LIV) en voor jongere werknemers het jeugd-LIV. Dit hoeven werkgevers niet aan te vragen; de Belastingdienst bepaalt aan de hand van de loonaangiftes over 2019 of er over het jaar 2019 (jeugd-)LIV aan uw organisatie wordt uitbetaald.
Uw organisatie kan voor bepaalde werknemers ook recht hebben op een loonkostenvoordeel (LKV). Deze moet de werkgever voor de betreffende werknemer aanvragen in de loonaangiftes over 2019. Hiervoor moet de werknemer wel aan de voorwaarden voldoen.

Voorlopige berekening is te corrigeren

Omdat de genoemde voordelen uit de Wet tegemoetkomingen loondomein (WTL) alleen worden toegewezen als dat uit de loonaangifte blijkt, moet uw organisatie alert zijn op de voorlopige berekening (tool) die de Belastingdienst vóór 15 maart 2020 stuurt naar werkgevers die op grond van de loonaangifte recht hebben op LKV of (jeugd-)LIV over 2019. Als er iets niet klopt aan die berekening, of uw organisatie krijgt er ten onrechte geen, is dit nog tot en met 1 mei 2020 via correcties over 2019 te repareren. Het is dus raadzaam om, behalve de verloonde uren van werknemers gelijk correct in de loonaangifte vóór 31 januari 2020 te verwerken, ook met de belangrijke momenten in de Wet tegemoetkomingen loondomein (WTL) rekening te houden.