Loonkostenvoordeel vervangt premiekortingen

Er komt een einde aan de premiekortingen zoals u die nu kent. Uit een onlangs gepresenteerd wetsvoorstel blijkt namelijk dat de premiekortingen voor het in dienst nemen van bepaalde werknemers plaats moeten gaan maken voor zogenoemde loonkostenvoordelen.

18 september 2015 | Door redactie

In de Wet tegemoetkomingen loondomein (WTL), die op Prinsjesdag is gepresenteerd, blijkt dat het huidige stelsel van premiekortingen in de loonaangifte op 1 januari 2018 eindigt. Dan moet het nieuwe systeem van loonkostenvoordelen (LKV’s) van kracht worden. Bij dit nieuwe systeem verrekent uw organisatie het voordeel niet meer met de verschuldigde premies werknemersverzekeringen, zoals nu het geval is met de premiekortingen, maar ontvangt uw organisatie na afloop van het kalenderjaar een tegemoetkoming. U kunt per werknemer drie jaar lang maximaal € 6.000 LKV per jaar ontvangen. Naast de LKV’s introduceert de WTL het zogenoemde lage-inkomensvoordeel (LIV). Dit is een loonkostenvoordeel voor als u een werknemer met een relatief laag loon – tot 120% van het minimumloon – in dienst heeft. Hierdoor blijven uw loonkosten laag, zonder dat dit ten koste gaat van het loon van de werknemer.

Recht op voordeel moet blijken uit bestaande informatie

Een voorwaarde voor het invoeren van deze nieuwe regeling is dat de overheid moet kunnen beoordelen of uw organisatie voor de tegemoetkoming in aanmerking komt, zonder dat u daar nieuwe informatie voor moet aanleveren. Of u recht heeft op een LKV of LIV moet dus blijken uit informatie die al beschikbaar is bij de Belastingdienst, UWV of de gemeente. Daarom is gekozen voor een systeem waarbij u achteraf het voordeel ontvangt. UWV gaat de tegemoetkoming berekenen; de Belastingdienst betaalt hem aan uw organisatie uit.