Nog steeds onduidelijkheid over crisisheffing

Nog geen maand geleden las u hier dat de Hoge Raad mogelijk de terugwerkende kracht van de crisisheffing afschiet, maar tegelijkertijd bepaalde het gerechtshof dat deze extra werkgeversheffing wél met terugwerkende kracht kan. Hoe staat het er nu voor?

16 juli 2015 | Door redactie

Hof Amsterdam sprak zich uit in een zaak waar twee werknemers in maart 2012 een incidentele loonbetaling kregen van meer dan € 150.000. De pseudoh-eindheffing hoog loon, waarbij de werkgever in 2013 en 2014 16% extra moest afdragen over het deel van het loon van werknemers dat in het voorgaande kalenderjaar de € 150.000 overschreed, werd echter pas in april 2012 aangekondigd. De werkgever vond daarom dat hij de onvoorziene crisisheffing niet hoefde af te dragen. Opmerkelijk genoeg oordeelde het hof dat de heffing wél rechtmatig was.

Maatregel was nog niet te voorzien

Hiermee oordeelde het gerechtshof anders dan Rechtbank Noord-Holland eerder deed. In die (overigens andere) zaak draaide de rechtbank de crisisheffing over een vroege bonus juist terug omdat de maatregel toen nog niet te voorzien was. U las eerder al over deze zaak in het nieuwsartikel ‘Geen crisisheffing betalen over bonus in 2012’. Deze uitspraak is wel weer in lijn met de conclusie van de advocaat-generaal van de Hoge Raad waarover u onlangs in het nieuwsartikel ‘Terugwerkende kracht crisisheffing deels illegaal’ kon lezen. Die adviseert om de terugwerkende kracht van de crisisheffing te beperken tot 25 mei 2015, toen de maatregel officieel werd aangekondigd.

Gevolgen voor eerdere uitspraken

Als de Hoge Raad de conclusie van de advocaat-generaal volgt, zal dit ongetwijfeld gevolgen hebben voor de zaak waarover Hof Amsterdam zich heeft uitgesproken.
Gerechtshof Amsterdam, 18 juni 2015, ECLI (verkort): 2207