Ook het hof vindt de crisisheffing redelijk

Gerechtshof Den Haag heeft – in navolging van diverse rechtbanken – aangegeven dat er een redelijke grond bestaat voor de pseudo-eindheffing hoog loon. Als uw onderneming bezwaar heeft ingediend tegen deze crisisheffing, ziet het er dus tot nu toe uit dat u de extra heffing niet terugkrijgt.

13 mei 2015 | Door redactie

De crisisheffing van 16% moest uw onderneming in 2013 en 2014 afdragen over het salaris van werknemers dat in het voorgaande jaar een bedrag van € 150.000 overschreed.

Crisisheffing was volgens rechter toegestaan

In de zaak van het hof ging het om een onderneming die een aantal werknemers in dienst had met een inkomen van boven de € 150.000. Dit hoge inkomen was het gevolg van uitgekeerde bonussen en andere beloningen in 2012. De onderneming moest daardoor in 2013 een crisisheffing betalen van € 48.631, dat was 4,18% van de totaal over 2012 afgedragen loonheffingen. Tegen deze crisisheffing maakte de onderneming direct bezwaar. De rechtbank stelde de inspecteur echter in het gelijk. Het was toegestaan om de crisisheffing te berekenen op basis van het loon in 2012. Dit viel binnen de ruime beoordelingsvrijheid van de wetgever. Daarnaast was de crisisheffing niet in strijd met andere verdragsbepalingen. 

Wetgever mag onderscheid maken

De onderneming probeerde haar gelijk nog te halen bij het gerechtshof. Deze stelde echter dat de wetgever onderscheid mocht maken tussen werkgevers met goed betaalde werknemers en werkgevers met werknemers met een salaris beneden de € 150.000. Daarnaast was de terugwerkende kracht van de crisisheffing toegestaan. Het maakte daarbij niet uit dat de onderneming bij de budgettering en de kostprijsberekening geen rekening had kunnen houden met de stijging van de loonkosten door de crisisheffing. De inspecteur kreeg dus gelijk en de onderneming moest volgens de rechter gewoon de crisisheffing betalen.
Gerechtshof Den Haag, 22 april 2015, ECLI (verkort): 979