Opleidingsbedrijf en subsidie praktijkleren

Voor opleidingsbedrijven in de techniek geldt in 2014 een speciale overgangsregeling voor de subsidieregeling praktijkleren. Omdat deze opleidingsbedrijven zelf niet profiteren van het opleiden van leerlingen vindt de overheid het terecht dat ze eerder een vergoeding van de begeleidingskosten krijgen.

23 januari 2014 | Door redactie

Opleidingsbedrijven zijn regionale samenwerkingsverbanden van werkgevers die een stichting of vereniging zonder winstoogmerk hebben opgericht om leer-werkplekken te bieden aan leerlingen in de techniek. De opleidingsbedrijven hebben als voornaamste doel om vakbekwame medewerkers voor de technieksector af te leveren. Het is dus niet zo dat een leerling wordt opgeleid om uiteindelijk bij het opleidingsbedrijf te gaan werken. De opleidingsbedrijven dragen bij aan de algemene vakbekwaamheid van de technieksector.

Voorschot op subsidieregeling praktijkleren

Omdat opleidingsbedrijven een leerling begeleiden maar niet profiteren van de kennis en kunde van de leerling (omdat hij na de opleiding niet bij het opleidingsbedrijf zal gaan werken), mogen opleidingsbedrijven in de techniek (artikel 2, eerste lid, a tot en met h Regeling vaststelling kwalificatiedossiers en opleidingsdomeinen 2012) al in april een aanvraag indienen voor de subsidieregeling praktijkleren voor de praktijkleerplaatsen die ze in de eerste 13 weken van 2014 realiseren. Ze kunnen dan vervroegd een bedrag van maximaal € 1.000 per begeleide mbo-leerling krijgen. Als de opleidingsbedrijven vóór 15 september 2014 ook een gewone aanvraag indienen voor studiejaar 2014 (in dit geval wordt onder ‘studiejaar’ verstaan: de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 juli 2014), wordt het totaalbedrag verminderd met het voorschot.
Het voorschot is van 1 april 2014 tot en 1 mei 2014 (17.00 uur) digitaal aan te vragen. Uiterlijk 31 juli 2014 ontvangt het opleidingsbedrijf het besluit over toekenning en uitbetaling van het voorschot.