Paal en perk aan misbruik van premiekorting

Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gaat de regels voor de premiekorting bij in dienst nemen van oudere uitkeringsgerechtigden aanscherpen. Dat is nodig, omdat volgens de Belastingdienst veel werkgevers misbruik maken van deze premiekorting.

30 januari 2015 | Door redactie

De premiekorting voor oudere uitkeringsgerechtigden wordt momenteel voor ruim 35.000 werknemers toegepast. De Belastingdienst krijgt echter signalen dat er bij een deel hiervan sprake is van oneigenlijk gebruik. Werkgevers sluiten dan een beëindigingsovereenkomst met werknemers van 56 jaar en ouder, waardoor de betreffende werknemers in de WW terechtkomen. Na een zeer korte periode waarin de werknemer een WW-uitkering ontvangt (soms maar één dag), neemt de werkgever de werknemer weer in dienst. Omdat het dan om een voormalig uitkeringsgerechtigde van 56 jaar of ouder gaat, mag de werkgever drie jaar lang een premiekorting van maximaal € 7.000 toepassen.

Strengere regels moeten misbruik voorkomen

Hoewel het voor werkgevers financieel dus behoorlijk aantrekkelijk is om gebruik te maken van deze constructie, is de premiekorting bedoeld om het in dienst nemen van oudere uitkeringsgerechtigden te stimuleren. Daar is in deze gevallen geen sprake meer van. Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft – naar aanleiding van Kamervragen – dan ook aangekondigd dat hij de regelgeving gaat aanscherpen.

Alleen premiekorting bij nieuwe functie

Een mogelijke oplossing zou de invoering van een toets zijn. Hiermee wordt bepaald of een werknemer al eerder in dezelfde functie bij de onderneming werkzaam was. Als dat het geval is, heeft de werkgever geen recht op premiekorting voor de betreffende werknemer.