Tijdelijke urenuitbreiding verwerken in de loonaangifte

In 2020 en 2021 mogen werkgevers een tijdelijke urenuitbreiding en de vaste arbeidsovereenkomst in dezelfde inkomstenverhouding aangeven bij de aangifte van de loonheffingen. Vanaf 2022 moeten zij dit in aparte inkomstenverhoudingen doen. In een handreiking gaat de Belastingdienst hier verder op in.

24 september 2020 | Door redactie

Sommige werknemers hebben een reguliere arbeidsovereenkomst waarvoor de lage WW-premie geldt en een tijdelijke urenuitbreiding waarvoor de hoge WW-premie geldt. In dat geval kunnen werkgevers de tijdelijke uitbreiding van de uren op 2 manieren verwerken in de aangifte:

  • in een nieuwe inkomstenverhouding met de contractindicaties die van toepassing zijn; of
  • in dezelfde inkomstenverhouding als de reguliere arbeidsovereenkomst.

De tweede mogelijkheid kan alleen voor de loonaangifte over 2020 en 2021. Ook correctieberichten over deze jaren mogen op deze manier worden ingediend. Vanaf 2022 moeten werkgevers het reguliere loon en de tijdelijke urenuitbreiding aangeven in aparte inkomstenverhoudingen.

Voor tijdelijke urenuitbreiding geldt hoge WW-premie

Als een werkgever ervoor kiest om de vaste arbeidsovereenkomst en de tijdelijke urenuitbreiding op te geven in 1 inkomstenverhouding in de aangifte, moet hij het volgende doen:

  • de contractindicaties op J-J-N zetten;
  • de hoge en lage grondslagaanwas gezamenlijk in de rubriek Aanwas in het cumulatieve premieloon Awf laag vermelden;
  • de hoge en lage WW-premie gezamenlijk in de rubriek Premie Awf laag vermelden.

Voor de tijdelijke urenuitbreiding geldt altijd de hoge WW-premie, er is immers geen sprake van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.