Toch crisisheffing over vroege bonus?

Hoewel de Hoge Raad misschien de terugwerkende kracht van de crisisheffing terugdraait, heeft Gerechtshof Amsterdam bepaald dat de crisisheffing toch geheven mocht worden over een bonus die uitgekeerd is vóór de aankondiging van de crisisheffing. Rechtbank Noord-Holland oordeelde eerder echter het tegenovergestelde.

1 juli 2015 | Door redactie

Gerechtshof Amsterdam oordeelde in een zaak waar twee werknemers in maart 2012 een incidentele loonbetaling kregen van meer dan € 150.000. De crisisheffing, waarbij over het meerdere van € 150.000 16% extra afgedragen moet worden, werd pas in april 2012 aangekondigd. De werkgever vond het daarom onterecht dat hij de crisisheffing moest afdragen. Op het moment van het betalen van het incidentele loon kon hij de crisisheffing immers niet voorzien.

Toch betalen met terugwerkende kracht

Opmerkelijk genoeg oordeelde Gerechtshof Amsterdam dat de werkgever de crisisheffing toch moest betalen. Volgens het gerechtshof was bij het instellen van de crisisheffing sprake van een legitiem doel in het algemeen belang en was de crisisheffing dus rechtmatig. Hiermee oordeelt het gerechtshof anders dan Rechtbank Noord-Holland. In die, overigens andere, zaak draaide de rechtbank de crisisheffing over een vroege bonus juist terug omdat de maatregel toen nog niet voorzienbaar was. U las hier al over in het nieuwsartikel ‘Vroege bonus valt niet onder crisisheffing’.

Procedures rond crisisheffing naderen ontknoping

De uitspraak van Gerechtshof Amsterdam draagt dus bij aan de verdere onduidelijkheid over de rechtmatigheid van de crisisheffing. In het bericht ‘AG: crisisheffing verder beperken’ las u al dat de advocaat-generaal (AG) van de Hoge Raad adviseert de terugwerkende kracht van de crisisheffing te beperken tot 25 mei 2012. Het is nog niet bekend wanneer de Hoge Raad definitief uitspraak doet in deze zaak, maar als ze de conclusie van de AG volgt, zal dit ongetwijfeld gevolgen hebben voor de zaak waar Gerechtshof Amsterdam uitspraak in heeft gedaan.
Gerechtshof Amsterdam, 18 juni 2015, ECLI (verkort): 2207