Verlegging heffingsmoment aandelenopties nog niet zeker

Het kabinet werkt de eerder aangekondigde maatregel om het heffingsmoment op aandelenoptierechten bij start-ups te verleggen, verder uit. Het wil de maatregel namelijk beter laten aansluiten bij de wensen van de start-upsector.

17 september 2020 | Door redactie

Werkgevers met een start-up kunnen werknemers meestal nog geen dikke salarissen aanbieden. Het uitgeven van recht op aandelenopties kan dan een uitkomst zijn. Een nieuwe werknemer krijgt dan een relatief lager salaris, maar ontvangt daarbij een aandelenoptierecht dat hij op een later moment kan omzetten in aandelen van een bepaalde geldwaarde – de zogenoemde uitoefenprijs. Door toenemend succes van de onderneming, stijgt dan ook de waarde van het aandelenpakket.

Het uitreiken van aandelenoptierecht is een vorm van loon en op het moment dat een werknemer zijn aandelenoptierecht inruilt voor aandelen van de organisatie moet de werkgever loonheffingen inhouden en afdragen. Maar een start-up heeft niet altijd voldoende geld in kas om de loonheffing te betalen. De eerder aangekondigde maatregel zou daarom het heffingsmoment over de aandelenoptierechten verleggen van het moment van uitoefenen van de opties naar het moment waarop de uit die uitoefening verkregen aandelen kunnen worden verhandeld. Overigens bestaat er al een belastingvoordeel voor werknemers van start-ups met aandelenopties.

Kabinet gaat maatregel verder uitwerken

Uit de op Prinsjesdag gepubliceerde Aanbiedingsbrief van het Ministerie van Financiën bleek dat het kabinet de komende maanden de maatregel verder gaat uitwerken en de aandachtspunten van de start-upsector laat onderzoeken. De maatregel staat dan ook niet in het Belastingplan 2021. Na overleg met de sector bleek namelijk dat de start-up markt te divers is om er een algemene maatregel voor te maken waarbij het heffingsmoment wordt bepaald op het moment van verhandelbaarheid. Ook is niet altijd duidelijk op welk moment de aandelen verhandelbaar worden en wanneer er dus sprake is van belastingheffing. Tenslotte geeft de sector aan meer te hebben aan een andere regeling waarbij er ruimte is voor keuzes en waarmee wordt aangesloten bij het moment van verkoop van de aandelen. Daarmee zal de sector beter in staat zijn om personeel te werven in binnen- en buitenland.
Het kabinet streeft er naar de nieuwe maatregel in februari 2021 voor internetconsultatie aan te bieden en met ingang van 1 januari 2022 in werking te laten treden.

Bijlagen bij dit bericht