Werkgeversbetaling uitkering UWV in de loonaangifte

Werkgevers kunnen naast het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking een uitkering van UWV doorbetalen aan een werknemer, de zogenoemde werkgeversbetaling. In dat geval mogen ze in 2020 en 2021 kiezen of ze de werkgeversbetaling bij de loonaangifte verwerken in dezelfde inkomstenverhouding als het loon of in een aparte inkomstenverhouding. In een handreiking legt de Belastingdienst uit hoe werkgevers dit moeten doen.

1 oktober 2020 | Door redactie

Een werkgever kan met een werknemer afspreken dat de werknemer de uitkering van UWV via de werkgever ontvangt naast zijn loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. Hiervoor moet de werknemer UWV machtigen. UWV betaalt de uitkering dan aan de werkgever in de vorm van een zogenoemde werkgeversbetaling. Daarbij betaalt UWV ook de premies werknemersverzekeringen en de werkgeversheffing ZVW over de uitkering.

Voor 2020 en 2021 mag de werkgever kiezen hoe hij de werkgeversbetaling verwerkt in de loonaangifte: in dezelfde inkomstenverhouding als het loon, of in een aparte inkomstenverhouding. Daarbij telt hij voor de berekening van de loonheffingen de uitkering van UWV, het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking en een eventuele aanvulling op de uitkering bij elkaar op. Dit zijn de zogenoemde samenvoegingsregels. Op dit totale bedrag past hij de witte tabel toe en berekent hij de premies werknemersverzekeringen.

Werkgeversbetaling en loon in 1 inkomstenverhouding

Als de werkgever de werkgeversbetaling in dezelfde inkomstenverhouding als het loon aangeeft, moet de ‘Code soort inkomstenverhouding’ worden gebruikt die geldt voor het reguliere loon. Verder vermeldt hij het contractloon, de contracturen en de contractindicaties die gelden voor het reguliere loon. Als voor het loon de hoge WW-premie geldt, vermeldt hij de hoge en lage grondslagaanwas gezamenlijk in de rubriek Aanwas in het cumulatieve premieloon Awf hoog. Hij telt hiervoor de aanwas van de grondslag voor de hoge en lage premie bij elkaar op. Deze aanwas is het bedrag waarover de premies moeten worden berekend. Verder telt hij de hoge en lage WW-premie bij elkaar op en geeft dit aan in de rubriek Premie Awf hoog.

Werkgeversbetaling in aparte inkomstenverhouding

Als de werkgever de werkgeversbetaling in een aparte inkomstenverhouding aangeeft,  gebruikt hij de ‘Code soort inkomstenverhouding’  die bij de werkgeversbetaling hoort. Verder laat hij de rubrieken contractloon, contracturen en contractindicaties leeg en geeft hij de lage WW- premie aan. De hoogte van de verloonde uren die wordt ingevuld in de aparte inkomstenverhouding, hangt af van de soort uitkering die de werkgever doorbetaalt.

Uitkering telt niet mee voor (jeugd-)LIV en loonkostenvoordelen

Er zijn een aantal punten waar een werkgever op moet letten. Zo moet hij de werkgeversbetaling verwerken in de aangifte over het tijdvak waarin hij de uitkering doorbetaalt. Wanneer hij de uitkering van UWV ontvangt, is niet relevant. Als de werkgever ook een aanvulling op de uitkering uit werknemersverzekeringen betaalt aan de werknemer, vermeldt hij deze in de inkomstenverhouding die hij gebruikt voor het reguliere loon.

Verder telt een uitkering uit de werknemersverzekeringen niet mee voor de bepaling van het (jeugd-)LIV en sommige loonkostenvoordelen. Maar geeft de werkgever de werkgeversbetaling en het reguliere loon op in dezelfde inkomstenverhouding, dan kan UWV de werkgeversbetaling bij het jaarloon tellen. Doordat het jaarloon hierdoor hoger wordt, stelt UWV het (jeugd-)LIV of het loonkostenvoordeel misschien verkeerd vast.