Alleen personeelslening voor fiets nog onbelast

De nihilwaardering voor personeelsleningen voor de eigen woning en voor een fiets zijn uit de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 geschrapt. De fietslening via de werkgever blijft echter toch gewoon op nihil gewaardeerd, want die lening staat sinds 1 januari 2016 in de wet.

14 januari 2016 | Door redactie

Het ministerie van Financiën heeft de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 aangepast. De twee nihilwaarderingen voor specifieke personeelsleningen zijn geschrapt. Het gaat om de nihilwaardering voor het rente- of kostenvoordeel van personeelsleningen voor de eigen woning (artikel 3.10, lid 1 en 2) en de nihilwaardering voor het rentevoordeel van personeelsleningen voor de aanschaf van een fiets, elektrische fiets of elektrische scooter (artikel 3.10, lid 3).

Onbelaste personeelslening voor woning geschrapt

De nihilwaardering voor eigenwoningleningen is hiermee sinds 1 januari 2016 definitief verleden tijd. De werkgever mag het rentevoordeel ook niet aanwijzen als eindheffingsloon ten laste van de vrije ruimte; het moet bij het loon van de werknemer worden geteld en normaal worden belast.
Voor een (elektrische) fiets of elektrische scooter mogen werkgevers nog wel een onbelaste lening aan hun werknemers verstrekken. Deze nihilwaardering is per 2016 namelijk opgenomen in de Wet op de loonbelasting 1964 (artikel 13, lid 5). In de praktijk verandert hier dan ook niets aan. De overige regels voor de fiscale behandeling van personeelsleningen (tool) zijn per 2016 ook niet veranderd.