Voorkom onnodige bijtelling voor bestelauto

Voor bestelauto’s die werknemers van uw onderneming niet privé kunnen gebruiken, hoeft u geen rekening te houden met een bijtelling privégebruik auto. Dat bevestigde het gerechtshof in Arnhem onlangs. In deze zaak was een bestelauto van een hoveniersbedrijf gesignaleerd op een verdacht tijdstip, namelijk een zondag.

20 maart 2013 | Door redactie

Bij werknemers die meer dan vijfhonderd privékilometers maken in een bestelauto van de zaak, moet u rekening houden met een bijtelling voor privégebruik. Dat hoeft niet als u kunt bewijzen dat de auto niet privé gebruikt is. In deze zaak had een hoveniersbedrijf diverse bestelauto’s in gebruik, onder meer voor aan- en afvoer van materieel. Werknemers hielden geen rittenregistratie bij. Wel hadden ze mondeling afgesproken de auto’s niet privé te gebruiken.

Naheffingsaanslag voor privégebruik bestelauto

De inspecteur ging niet akkoord met de mondelinge afspraak. Eén van de bestelauto’s was bovendien op een zondag op de weg waargenomen. Nu er geen rittenregistratie was, kreeg het hoveniersbedrijf een naheffingsaanslag loonheffingen van duizenden euro’s. Tijdens de rechtszaak verklaarden werknemers dat zij de bestelauto’s niet privé konden gebruiken, omdat ze deze na werktijd parkeerden op het terrein van de onderneming. Bovendien bleek dat de bestelauto op de betreffende zondag door één van de maten van de onderneming gebruikt was, die niet onder de loonheffingen viel.

Bewijsmogelijkheden zakelijk gebruik 

Het hoveniersbedrijf had geluk dat het gerechtshof de verklaringen geloofwaardig vond. Maar het is verstandig om dit soort rechtszaken te voorkomen. U kunt op diverse manieren bewijzen dat privégebruik van bestelauto’s niet aan de orde is. Dat kan bijvoorbeeld door middel van een (vereenvoudigde) rittenregistratie of door aan te tonen dat een bestelauto niet of nauwelijks geschikt is voor privégebruik. Sinds 1 januari 2012 mag u ook gebruikmaken van de ‘Verklaring zakelijk gebruik bestelauto’.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19 februari 2013, LJN: BZ3579