Zesmaandsfictie geen bewijs voor vergrijpboete

U moet werknemers die bij uw onderneming werken in de loonadministratie opnemen. Doet u dat niet, dan kan de inspecteur de zogenaamde zesmaandsfictie toepassen. De Hoge Raad heeft recent aangegeven dat het toepassen van de zesmaandsfictie echter onvoldoende bewijs is voor het opleggen van een vergrijpboete.

23 januari 2015 | Door redactie

Bij het controleren van de loonadministratie kan de Belastingdienst de zesmaandsfictie toepassen. Blijkt een werknemer niet in de loonadministratie te zijn opgenomen, dan mag de inspecteur er vanuit gaan dat deze werknemer ook in de zes voorafgaande maanden bij uw onderneming in dienstbetrekking was. In deze zaak paste de fiscus deze fictie ook toe. Het ging hier om een autopoetsbedrijf. Op 2 februari controleerde de Belastingdienst en de Arbeidsinspectie het bedrijf. Toen bekend werd dat de controleurs op de stoep stonden, renden drie personen weg die bezig waren met het poetsen van auto’s. Deze personen waren niet opgenomen in de loonadministratie. De Belastingdienst legde met toepassing van de zesmaandsfictie naheffingsaanslagen loonbelasting/premies volksverzekeringen op met een vergrijpboete van 40%. Het autopoetsbedrijf vond dat niet terecht.

Onvoldoende bewijs beboetbare feiten

De Hoge Raad vond het toepassen van de zesmaandsfictie terecht, maar volgde de fiscus niet ten aanzien van de vergrijpboete. Er stond namelijk niet vast dat het autopoetsbedrijf gedurende die zes maanden ook loon verschuldigd was, de loonheffing over die aangiften niet had voldaan en dat er sprake was van grove schuld. De fiscus mocht dit niet afleiden uit het toepassen van de zesmaandsfictie. Er stond dus feitelijk niet vast dat de drie werknemers al zes maanden vóór de belastingcontrole in dienst waren bij het autopoetsbedrijf. De Hoge Raad verwijst de zaak nu naar Gerechtshof Amsterdam om te beoordelen of er voldoende bewijs was voor de beboetbare feiten.
Hoge Raad, 7 november 2014, ECLI (verkort): 3117