VERDIEPINGSARTIKEL

De bijzonderheden van fictieve dienstbetrekkingen

U kunt te maken krijgen met de situatie dat er geen sprake is van een dienstbetrekking met een bepaalde opdrachtnemer, maar dat u de arbeidsrelatie voor de loonheffingen wel als zodanig moet behandelen. In welke omstandigheden doet die fictie voor de loonheffingen zich voor en welke aandachtspunten brengt dat voor u met zich mee?


17 september 2019 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement online en Lotte van Rees, freelance specialist loonheffingen en voormalig hoofdredacteur van Salaris Rendement


Van een échte dienstbetrekking is sprake als bij de arbeidsrelatie de volgende drie elementen aanwezig zijn:

  • arbeid: de werknemer heeft zich verplicht om gedurende zekere tijd persoonlijk werkzaamheden te verrichten voor de werkgever;
  • loon: de werkgever moet de werknemer in ruil voor de arbeid meer dan een kostenvergoeding betalen;
  • gezagsverhouding: de werknemer is in dienst van de werkgever en moet eventuele aanwijzingen en opdrachten van de werkgever opvolgen.

Deze elementen komen voort uit de definitie van een arbeidsovereenkomst – de arbeidsrelatie op grond van een overeenkomst tussen een werkgever en werknemer – in het Burgerlijk Wetboek.

Verantwoordelijkheid

Het kan gebeuren dat er onduidelijkheid is over één van de drie elementen, maar dat u de arbeidsrelatie toch in de loonheffingen moet betrekken. Soms is er namelijk sprake van een fictieve dienstbetrekking, waardoor u voor de opdrachtnemer de reguliere regels rond de loonheffingen moet toepassen.

Let op dat het de verantwoordelijkheid van uw onderneming is om te bepalen of de arbeidsrelatie als (echte of) fictieve dienstbetrekking geldt. Bekijk de situatie goed en ga bij twijfel altijd bij de Belastingdienst te rade. Het onterecht niet berekenen van loonheffingen kan uw onderneming immers duur komen te staan!

Gekwalificeerd

Hierna volgen – op alfabetische volgorde – diverse (bijzondere) arbeidsrelaties die in de Wet op de loonbelasting als fictieve dienstbetrekking worden gekwalificeerd, tenzij er al sprake is van een echte dienstbetrekking uiteraard.

Aanmerkelijkbelanghouders
Aanmerkelijkbelanghouders (en hun partners) zijn in fictieve dienstbetrekking voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen (LB/PV) en Zorgverzekeringswet (ZVW). Het gaat hierbij om de aandeelhouders die voor uw vennootschap of coöperatie werken en (eventueel samen met hun fiscale partner):

  • minstens 5% van de aandelen bezitten;
  • rechten hebben om voor minstens 5% van de aandelen te kopen;
  • winstbewijzen hebben om minstens 5% van de jaarwinst te ontvangen;
  • voor minstens 5% stemrecht hebben.

Voor deze aandeelhouders heeft u met de gebruikelijkloonregeling te maken.

Aannemers van werk
Wat betreft aannemers van werk – en ook hun hulpen – is er sprake van een fictieve dienstbetrekking, als zij werken op grond van een overeenkomst tot aanneming van werk waarbij het niet gaat om:

  • een thuiswerker;
  • een zelfstandig ondernemer;
  • werk in de persoonlijke of huishoudelijke sfeer.

Bestuurders
Bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen zijn in fictieve dienstbetrekking, als zij werken op basis van een overeenkomst uit 2013 of later. Hierbij maakt het uit of er sprake is van een zogenoemde one tier board (een eenlaags bestuursmodel met directie en toezichthouder in één bestuur) of two tier board (met aparte Raad van Commissarissen).

Niet per se alle heffingen

Het hoeft niet zo te zijn dat een arbeidsrelatie voor álle loonheffingen als fictieve dienstbetrekking kwalificeert. Er zijn ook arbeidsrelaties die alleen als fictieve dienstbetrekking gelden voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet. Voor deze opdrachtnemers is uw onderneming dus geen premies werknemersverzekeringen verschuldigd.

Uitvoerend

In het eerste geval zijn namelijk alleen de uitvoerende bestuurders in fictieve dienstbetrekking. Ook bestuurders van coöperaties met werknemerszelfbestuur vallen door de fiscale fictie onder de loonheffingen.

Leerlingen en stagiairs
Leerlingen en stagiairs die een beloning (stagevergoeding) ontvangen die niet reëel of marktconform is en ook niet slechts een kostenvergoeding is, zijn in fictieve dienstbetrekking. Uw onderneming is voor hen geen premies werknemerverzekeringen verschuldigd, maar zij zijn wel verzekerd voor de Wajong en Ziektewet. Als u de stagevergoeding niet aan de leerlingen of stagiairs zelf betaalt maar bijvoorbeeld aan het stagefonds, kunt u die vergoeding onder voorwaarden buiten de loonheffingen houden.

Meewerkende kinderen
Voor kinderen van 15 jaar of ouder die in de onderneming van hun ouder(s) werken, geldt een fictieve dienstbetrekking voor de LB/PV en ZVW, als zij niet dezelfde arbeidsvoorwaarden hebben als de andere werknemers (en dus de familieband overheerst in de arbeidsrelatie). Dit is niet het geval als het kind winst geniet uit die onderneming.

Aparte heffingstabellen

Voor sommige fictieve dienstbetrekkingen heeft u met een aparte tabel voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen te maken. Dat is onder andere het geval voor aannemers van werk (en hun hulpen), thuiswerkers (en hun hulpen) en gelijkgestelden.

Voor al deze opdrachtnemers geldt namelijk niet het gebruikelijke progressieve tarief aan loonbelasting/premie volksverzekeringen, maar een vast percentage.

Vereenvoudigd

Onder voorwaarden mag u voor meewerkende kinderen in fictieve dienstbetrekking een vereenvoudigde regeling voor de LB/PV en ZVW toepassen. U hoeft dan onder meer voor hen geen loonstaten in te vullen en slechts eens per jaar loonaangifte te doen en ook slechts eens per jaar LB/PV in te houden en werkgeversheffing ZVW te betalen.

Pseudowerknemers
Een arbeidsrelatie die niet als dienstbetrekking kwalificeert kan vrijwillig onder de LB/PV en ZVW worden gebracht via de opting-inregeling. Door deze keuze samen met uw opdrachtnemer te melden bij de fiscus – via het formulier ‘Verklaring Loonheffingen Opting-in’ – ontstaat er een fictieve dienstbetrekking. De opdrachtnemer geldt vervolgens als pseudowerknemer.

Thuiswerkers
Een thuiswerker is in fictieve dienstbetrekking onder de volgende voorwaarden:

  • Hij verricht het werk persoonlijk.
  • Zijn brutoloon per maand is meestal minstens 40% van het voor hem geldende wettelijk minimummaandloon.
  • De arbeidsrelatie geldt voor onbepaalde tijd of voor minstens een aaneengesloten tijdvak van dertig dagen. Bij een onderbroken tijdvak mogen twee arbeidsrelaties met uw onderneming bij elkaar worden opgeteld als zij elkaar opvolgen binnen dertig dagen.

Soms moet u ook het loon van de eventuele hulpen van de thuiswerker in de loonheffingen betrekken.

Ook voor gelijkgestelden

Er geldt ook een fictieve dienstbetrekking voor de opdrachtnemers die tegen beloning persoonlijke arbeid verrichten en van wie de arbeidsrelatie niet onder de andere categorieën valt, maar die daar maatschappelijk gezien wel mee gelijk kan worden gesteld. Van een gelijkgestelde is sprake bij iemand die zonder arbeidsovereenkomst klussen doet waarvoor hij vanwege de parttime aard minder krijgt dan het wettelijk minimumloon. Denk aan een tuinman of distributeur van dagbladen.

Anders

Let op dat een thuiswerker fiscaal iets anders is dan een werknemer die soms thuis werkt. Een thuiswerker is iemand die alleen thuis werkt, geen eigen bedrijf heeft en het werk niet uitbesteedt. De fiscale fictie geldt overigens niet als de thuiswerker tot een bepaalde groep hoort, zoals personen die vooral godsdienstig werk hebben, van wie de arbeidsrelatie vooral wordt bepaald door een familieband of bestuurders van verenigingen en stichtingen.

Tussenpersonen
Als tussenpersonen gelden de opdrachtnemers die tegen beloning bemiddelen bij het tot stand komen van overeenkomsten tussen hun opdrachtgever en de te bezoeken personen. Zulke (sub)agenten zijn in fictieve dienstbetrekking als zij:

  • slechts voor één opdrachtgever werken;
  • het bemiddelen niet als bijkomstige taak hebben maar dat regelmatig doen;
  • bij de bezoeken doorgaans door hooguit twee personen worden bijgestaan.

Uitzendkrachten
Er is sprake van een fictieve dienstbetrekking voor uitzendkrachten als zij bij een derde werken via een organisatie of natuurlijk persoon. Dit is echter niet het geval als de uitzendkracht:

  • dienstverlening aan huis verricht;
  • bij wijze van arbeidstherapie werkt;
  • een eigen bedrijf heeft en via een bemiddelingsbureau de opdracht voor eigen risico en rekening uitvoert.

Fictie vooraf uitsluiten

Onder de nu nog geldende Wet DBA is het mogelijk om vooraf in een schriftelijke overeenkomst met de opdrachtnemer uit te sluiten dat de fictieve dienstbetrekking voor (hulpen van) thuiswerkers en gelijkgestelden van toepassing is. Anders zou de Belastingdienst door de algemene aard van die fictieve dienstbetrekkingen eigenlijk nooit vooraf zekerheid kunnen geven over de status van de arbeidsrelatie voor de loonheffingen.