VERDIEPINGSARTIKEL

De levensloopregeling loopt op zijn eind

Het zit er al een tijdje aan te komen: het einde van de levensloopregeling. Al sinds 2012 om precies te zijn. Per 1 november 2021 is het dan zover, alle levenslooptegoeden vallen vrij.

Op dat moment is er een ‘fictief genietingsmoment’, en is het overgebleven tegoed belast. Maar vóór die tijd kunnen werknemers nog gebruikmaken van het tegoed. Waar moet u rekening mee houden?


16 juni 2021 4 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Hoe zit het ook alweer met de levensloopregeling? De regeling was in eerste instantie bedoeld als helpende hand voor werknemers in het ‘spitsuur’ van hun leven. Zij konden via de werkgever een levenslooptegoed bij elkaar sparen, elk jaar maximaal 12% van het jaarloon.

Dat tegoed konden zij opnemen om een periode van onbetaald verlof te bekostigen. Bijvoorbeeld dus om een tijdje onbetaald vrijaf te nemen als de kinderen nog klein zijn.

Eerder met pensioen

Maar uit een evaluatie bleek dat de regeling vooral werd gebruikt om eerder met pensioen te gaan. En het toenmalige kabinet was juist druk doende om langer doorwerken te stimuleren. Daarom werd de levensloop eind 2011 afgeschaft.

Maar er kwam wel een overgangsrecht. Werknemers die eind 2011 meer dan € 3.000 aan levenslooptegoed hadden, mochten dat potje houden. En het ook elk jaar met maximaal 12% van hun jaarloon blijven ophogen.

Gedaan met dit potje

Na tien jaar overgangsrecht is het dit jaar dus gedaan met deze potjes. Een verlenging ziet het kabinet namelijk écht niet zitten (zie het kader).

Tien jaar overgangsrecht is ‘ruim’

De kans dat het kabinet zelf nog aanstalten zal maken om het overgangsrecht van de levensloopregeling nog te verlengen lijkt niet zo groot. Eerder heeft staatssecretaris Vijlbrief van Financiën in antwoord op Kamervragen benadrukt dat de deelnemers tien jaar de tijd hebben gehad om in te spelen op de afschaffing van de regeling.

De ‘coronasituatie maakt dat niet anders’, aldus Vijlbrief. De bewindsman benadrukt dat er destijds is gekozen voor een ‘ruime’ overgangsperiode, waarbij er zo veel mogelijk rekening is gehouden met de bestaande rechten.

Eerder is besloten dat het fictieve genietingsmoment op 1 november 2021 wordt gezet. Vanaf die datum valt dus al het overgebleven levenslooptegoed vrij. Dat is nog flink wat geld. Bankenkoepel NVB schatte het nog uitstaande tegoed in de bankensector op € 1,5 miljard tot € 2 miljard, verdeeld over 36.000 tot 45.000 klanten.

Uitvoerders wikkelen tegoeden af

Na 1 november moeten de uitvoerders van de regeling het tegoed dus afwikkelen. Zij zijn inhoudingsplichtig gemaakt, en houden dus loonbelasting in over het tegoed en dragen dat af aan de Belastingdienst. Het overige bedrag krijgt de levensloper op de rekening.

Dit bedrag is verder vrij te besteden, maar het valt voor de werknemer wel onder het inkomen in box 1 van de IB. Dit betekent dat werknemers onder het hoge IB-tarief van 49,5% kunnen gaan vallen. Wel zijn de gevolgen misschien nog te verzachten via de middelingsregeling.

Regelingen om afrekenen te voorkomen zijn niet voordelig en behoorlijk ingewikkeld

Afrekeken saldo voorkomen

Er zijn wel een paar opties om het afrekenen over het levenloopsaldo te voorkomen. Zo is het mogelijk om binnen de wettelijke grenzen het levenslooptegoed om te zetten in een pensioenaanspraak. Maar deze regelingen zijn niet per se erg voordelig en in elk geval behoorlijk ingewikkeld.

Opnemen van het levenslooptegoed vóór het fictieve genietingsmoment aanbreekt kan natuurlijk wel. Als een werknemer vraagt om een levensloopregeling bent u als werkgever verplicht om hem die aan te bieden. U moet de regeling schriftelijk vastleggen onder vermelding van in elk geval:

  • de instelling waar de werknemer levensloopspaart;
  • een bepaling dat de werknemer schriftelijk aan u verklaart of u rekening moet houden met levenslooptegoed dat hij bij een ex-werkgever heeft opgebouwd.

Recht op levensloopverlofkorting

De regeling kent ook een levensloopverlofkorting. De werknemer heeft recht op deze korting als hij bij u de loonheffingskorting laat toepassen. Bij de opname van levenslooptegoed via de werkgever kan de werknemer voor elk gespaard kalenderjaar tot en met 2011 dat nog niet is benut € 223 (bedrag 2021) aan levensloopverlofkorting te gelde laten maken.

Deze korting komt in de loonaangifte in de rubriek ‘Toegepast bedrag levensloopverlofkorting’. Bij de vrijval van het levensloopsaldo op 1 november past de spaarinstelling géén levensloopverlofkorting toe.

Voor de loonaangifte betekent dit dat bij de laatste twee maand- of vierwekenaangiften van dit jaar in de rubriek voor de levensloopverlofkorting sowieso € 0 ingevuld moet worden. Dit geldt ook voor de rubriek ‘Gespaarde bedrag levensloopregeling’. Levensloopsparen is immers in de laatste twee maanden van dit jaar niet meer mogelijk.