Moeten we de levensloopverlofkorting toepassen over de uitbetaling van het levenslooptegoed?

14 december 2020

We betalen één van onze werknemers zijn tegoed uit zijn levensloopregeling die hij nog had staan onder het overgangsrecht. Moeten we bij het uitbetalen nog over een aantal jaren de levensloopverlofkorting toepassen?

Om met de beantwoording van uw vraag te beginnen: ja. De uitbetaling van het levenslooptegoed aan de werknemer moet plaatsvinden onder inhouding van loonheffingen en onder verrekening van de toepasselijke levensloopverlofkorting. De werknemer is dan minder loonbelasting/premie volksverzekeringen over de opname verschuldigd. De korting is gelijk aan het opgenomen bedrag, maar in 2020 maximaal € 219 per gespaard jaar waarvan de korting nog niet is benut. Werknemers konden het recht op deze korting slechts tot en met 2011 opbouwen.

Overgangsrecht levensloopregeling eindigt in 2021

Zoals u vast en zeker bekend is, is de levensloopregeling officieel per 2012 afgeschaft. Maar door overgangsrecht kunnen werknemers die op 31 december 2011 een levensloopsaldo hadden van € 3.000 of meer nog gebruikmaken van de spaarfaciliteiten. In 2021 eindigt de regeling echter definitief. Bij afloop van het overgangsrecht op 1 november 2021 vallen alle openstaande levenslooptegoeden vrij – er is dan sprake van een fictief genietingsmoment – waardoor de waarde in het economisch verkeer ervan moet worden belast. Hiermee komt de levensloopregeling definitief ten einde. Spaarinstellingen zijn inhoudingsplichtig gemaakt voor de afhandeling van het vrijvallen van de tegoeden na 31 oktober 2021. Dat betekent dat u na deze datum geen omkijken meer heeft naar de levensloopregeling.