Wat telt mee voor een jubileumuitkering?

Publicatiedatum 26 juli 2019

Welke loonbestanddelen moeten wij meetellen voor een jubileumuitkering voor onze werknemer?

Een jubileumuitkering bij 25 en 40 jaar diensttijd mag u onbelast geven, zonder dat u daar de vrije ruimte voor hoeft aan te spreken. U mag de uitkering ook op een later moment dan het bereiken van het jubileum onbelast uitdelen, maar niet eerder. Voor het berekenen van een onbelaste jubileumuitkering neemt u het huidige maandloon uit kolom 14 van de loonstaat: het loon voor de loonbelasting/ premie volksverzekeringen. Keuzeloon, variabele bijzondere beloningen en aanspraken die tot het loon behoren, brengt u op dit loon in mindering. De volgende posten telt u bij het loon uit kolom 14 van de loonstaat op:

  • het werknemersdeel van de pensioenpremie;
  • het werknemersdeel van de premie voor aanspraken die overeenkomen met aanspraken op uitkeringen op grond van de WW, ZW, WAZO en WAO/WIA;
  • het werknemersdeel voor aanspraken op uitkeringen bij overlijden of invaliditeit als gevolg van een ongeval;
  • ingehouden bedragen in plaats van de hiervoor genoemde werknemersdelen;
  • de werknemersbijdrage van de werknemer in de levensloopregeling;
  • 1/12 van de vakantiebijslag;
  • 1/12 van het jaarbedrag aan vaste gegarandeerde bijzondere beloningen.

Maximaal twee keer

Na 40 dienstjaren mag de werknemer opnieuw zo’n onbelaste jubileumuitkering krijgen. Als hij bij 25 jaar dienstverband geen diensttijduitkering heeft gekregen, mag u hem er na 40 jaar dienstverband alsnog blij mee maken. De werknemer mag dan namelijk na 40 jaar maximaal twee onbelaste maandlonen krijgen. Als uw organisatie werkzaam is in een branche waar niet het hele jaar werk is – bijvoorbeeld bij vorstverlet in de bouw – kunnen er periodes zijn waarin werknemers een tijdelijke uitkering krijgen. Alleen als de werknemer in die periode niet bij een andere werkgever aan de slag gaat, telt de periode waarin hij tijdelijk werkloos is gewoon mee voor de bepaling van de diensttijd.