Wat te doen bij een tweede loonbeslag?

Publicatiedatum 26 juli 2019

Op het loon van een werknemer is beslag gelegd. Nu klopt er een tweede instantie aan. Hoe moet ik nu handelen?

Er bestaan verschillende soorten schuldeisers, bijvoorbeeld preferente en concurrente. Preferente schuldeisers zijn onder meer de Belastingdienst, UWV, het College voor Zorgverzekeringen en ook het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). Concurrente schuldeisers zijn de overige schuldeisers die een openstaande factuur hebben bij de werknemer. Zij staan bij een beslag achteraan in de rij. Als de deurwaarder of invorderingsambtenaar een betalingsregeling opstelt, hebben de preferente schuldeisers dus voorrang. Als er daarna nog geld over is, gaat dat naar de overige schuldeisers.

Beslagvrije voet

Bij loonbeslag is overigens altijd de ‘beslagvrije voet’ van belang. De beslagvrije voet is het minimumbedrag waarop de werknemer recht heeft om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien. De hoogte van de beslagvrije voet is afhankelijk van onder meer:

  • het inkomen;
  • het inkomen van de echtgenoot of partner;
  • de woonlasten;
  • de premie van de zorgverzekering;
  • de bijstandsnorm.

Op het beslagvrije deel van het loon mogen schuldeisers nooit beslag leggen. Het gaat alleen over dat deel van het loon boven de beslagvrije voet. Uw organisatie blijft het deel van het loon boven de beslagvrije voet gewoon overmaken aan de eerste beslaglegger. Nieuwe schuldeisers kloppen bij hem aan en hij zorgt voor de verdere verdeling van het in beslag genomen loon. Overigens verandert er het een en ander door de goedgekeurde Wet vereenvoudiging beslagvrije voet. Dan wordt de hoogte ervan bepaald op basis van gegevens die standaard beschikbaar zijn, zoals de polisadministratie. De ingangsdatum van 1 januari 2019 is uitgesteld.