Geen veilige werkplek? Dan loon doorbetalen

Als een werkgever niet zorgt voor een veilige werkplek en de werknemer daarom niet komt werken, mag de werkgever niet stoppen met de loonbetaling. Dat blijkt een uitspraak van de voorzieningenrechter bij de Rechtbank Limburg.

6 mei 2021 | Door redactie

In deze zaak liet de werkgever op 15 maart 2020 per e-mail aan zijn werknemers weten dat er niet vanuit huis werd gewerkt. Als de werknemers “om welke reden dan ook” niet wilden of konden werken, mochten zij thuisblijven. Maar dat kostte hen dan wel vakantiedagen. Eén van de werknemers behoorde echter tot de risicogroep. Een besmetting kon grote gevolgen hebben voor haar gezondheid. Zij moest dus extra voorzichtig zijn en de maatregelen van de overheid in acht nemen. Dat betekende dat zij zo veel mogelijk thuis moest werken. De werkneemster bood aan de werkzaamheden aan te passen en zelfs de aanpassingen zelf te betalen. Maar de werkgever ging daar niet mee akkoord. Hij bleef bij het standpunt dat de werkneemster op kantoor moest werken.

Spanningen leiden tot arbeidsongeschiktheid

Als gevolg van de houding van de werkgever, de discussie over een veilige werkplek, haar medische klachten en de spanningen door de coronasituatie op het werk, werd de werkneemster arbeidsongeschikt verklaard op 4 mei 2020. Per 1 juni stopte de werkgever de loonbetaling.
De werkgever gaf tijdens het kort geding aan dat hij geen arts was en niet wist of de werkneemster in de risicogroep viel. Ook voerde de werkgever aan dat het advies van de overheid om thuis te werken een advies was en geen verplichting. Volgens hem kon de werkneemster haar werk ook niet vanuit huis doen. De werkgever stelde dat hij wél alle mogelijke veiligheidsmaatregelen had genomen. Dat de werkneemster toch nog steeds niet naar het werk kwam, was in zijn ogen werkweigering. Het loon had hij daarom volgens hemzelf terecht ingehouden.

Werkgever moet zorgen voor veilige werkplek

Volgens de rechtbank staat voorop dat de werkgever moet zorgen voor een veilige werkplek voor zijn werknemers. In verband met het coronavirus heeft de overheid sinds maart 2020 adviezen gegeven over veilige werkplekken, aangegeven wie tot de risicogroepen behoren en dat er zo veel mogelijk thuis gewerkt moest worden.
Er was volgens de rechter ook geen sprake van werkweigering van de werkneemster. Zij maakte vanaf het begin duidelijk dat zij alleen op haar werkplek zou werken als die veilig was. Ze heeft voorstellen gedaan om thuis te kunnen werken en wilde de aanpassingen zelfs zelf betalen. Verder bevestigde ook de bedrijfsarts dat de werkneemster tot de risicogroep behoorde en bleek op 24 augustus dat de beschermingsmaatregelen nog steeds niet op orde waren. De werkgever moest het loon dus doorbetalen. Hij werd veroordeeld tot het betalen van het achterstallig loon, vermeerderd met de maximale wettelijke verhoging en de wettelijke rente.
Rechtbank Limburg, 1 oktober 2020, ECLI (verkort): 7495