Flinke boete voor afronden bij minimumloon

Als uw onderneming het minimumloon per uur gebruikt om werknemers te betalen, moet u rekening houden met afrondingsverschillen. Doet u dit niet, dan riskeert u een flinke boete van Inspectie SZW.

13 augustus 2015 | Door redactie

In het nieuwsartikel ‘Minimumloon per uur omhoog per 1 juli’ kon u lezen dat sinds 1 juli 2015 weer een nieuw minimumloon geldt. Als u het minimumloon per week deelt door het aantal uren in een fulltime dienstverband per week, krijgt u het minimumloon per uur. Het is belangrijk dat u hierbij rekening houdt met eventuele afrondingsverschillen, zodat u niet nét minder betaalt dan het wettelijk minimumloon. Is er bij uw onderneming sprake van zogenoemde onderbetaling, dan riskeert u een boete van Inspectie SZW. Die boete kan oplopen tot € 10.000 per onderbetaalde werknemer bij betaling onder het minimumloon en nog eens € 2.000 voor elke werknemer die onvoldoende vakantiebijslag krijgt.

Rekenvoorbeeld: afronden leidt tot lager loon

Voor een werknemer van 20 jaar oud geldt sinds 1 juli een minimumloon van € 927,30 per maand, € 214 per week of € 42,80 per dag. Als in uw onderneming een fulltime functie bijvoorbeeld 36 uur per week bedraagt, deelt u het minimumloon per week door 36 om het minimumloon per uur te berekenen. Dat komt voor deze werknemer neer op afgerond € 5,94 per uur. Toch betaalt uw onderneming dan eigenlijk te weinig. Als u € 5,94 weer vermenigvuldigt met 36, komt daar namelijk een loon per week van € 213,84 uit. Dat is minder dan het wettelijk minimumloon voor een 20-jarige.
Zorg er dus voor dat u bij het bepalen van het minimumloon per uur altijd even terugrekent naar het minimumloon per dag, week of maand om zeker te weten dat u niet per ongeluk te weinig betaalt.