Geen afrondingsverschil bij minimumloon

Als uw onderneming het wettelijk minimumuurloon aan werknemers betaalt, moet u rekening houden met afrondingsverschillen. Mocht u hierdoor nét iets te weinig betalen, dan kan uw onderneming een hoge boete krijgen van Inspectie SZW.

3 september 2015 | Door redactie

In het nieuwsartikel ‘Minimumloon per uur weer omhoog’ kon u lezen dat sinds 1 juli 2015 een nieuw wettelijk minimumloon geldt. U komt op het minimumuurloon door het wettelijk minimumloon per week te delen door het aantal uren dat in uw onderneming geldt voor  een fulltime dienstverband per week. Uw onderneming mag niet minder dan dit bedrag aan werknemers uitbetalen. Is er sprake van zogenoemde onderbetaling, dan riskeert u een boete van Inspectie SZW. Die boete kan oplopen tot € 10.000 per onderbetaalde werknemer bij betaling onder het minimumloon en nog eens € 2.000 voor elke werknemer die onvoldoende vakantiebijslag krijgt.

Betaal niet per ongeluk te weinig

Een rekenvoorbeeld: voor een werknemer van 20 jaar oud geldt sinds 1 juli 2015 een minimumloon van € 927,30 per maand, € 214 per week of € 42,80 per dag. Als in uw onderneming een fulltime functie bijvoorbeeld 36 uur per week bedraagt, deelt u het minimumloon per week door 36 om het minimumloon per uur te berekenen. Dat komt voor deze werknemer neer op afgerond € 5,94 per uur. Toch betaalt u dan eigenlijk te weinig. Als u € 5,94 weer vermenigvuldigt met 36, komt daar namelijk een loon per week van € 213,84 uit. Dat is minder dan het wettelijk minimumloon van € 214 per week voor een 20-jarige. Zorg er dus voor dat u bij het bepalen van het minimumloon per uur altijd even terugrekent naar het minimumloon per dag, week of maand om zeker te weten dat u niet per ongeluk te weinig betaalt.

Bijlagen bij dit bericht