Uitzondering op hoger jeugdloon voor BBL’ers

Werknemers die een opleiding volgen in de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) hebben recht op een veel lager wettelijk minimumjeugdloon dan hun leeftijdsgenoten. De stapsgewijze verhoging van het minimumjeugdloon is voor deze groep werknemers namelijk niet doorgevoerd.

2 mei 2019 | Door redactie

Het wettelijk minimumloon gaat per 1 juli 2019 1,23% omhoog. Daarbovenop hebben werknemers van 18 tot en met 21 jaar recht op een extra verhoging. Voor deze werknemers wordt namelijk de tweede stapsgewijze verhoging van het minimumjeugdloon (tool) doorgevoerd. Toch hoeven werkgevers niet alle 18-, 19- en 20-jarigen het hogere minimumjeugdloon te betalen. Voor BBL’ers geldt namelijk een uitzondering: zij houden recht op het percentage van het wettelijk minimumloon waar zij vóór 1 juli 2017 al recht op hadden.

Verschil loopt op tot 8,5 procentpunt

BBL’ers van 20 jaar hebben recht op 61,5% van het volwassen minimumloon. Hun leeftijdsgenoten met een gewoon dienstverband krijgen minimaal 70% van datzelfde minimum. BBL’ers zijn dus 8,5 procentpunt goedkoper voor de werkgever. Daar staat tegenover dat werkgevers voor hen geen lage-inkomensvoordeel (jeugd-LIV) kunnen krijgen, omdat ze minder verdienen dan het wettelijk minimumloon. Dat is voor het LIV en jeugd-LIV de ondergrens.

Bedragen per maand, week en dag

Per 1 juli 2019 moeten werkgevers aan BBL’ers minimaal de volgende bedragen betalen per maand, week en dag:

Leeftijd % Per maand Per week Per dag
20 jaar BBL 61,50% € 1.005,90 € 232,15 € 46,43
19 jaar BBL 52,50% € 858,70 € 198,15 € 39,63
18 jaar BBL 45,50% € 744,20 € 171,75 € 34,35