Wat valt er volgens de WML onder loon?

Werknemers vanaf 23 jaar hebben recht op uitbetaling van het wettelijk minimumloon. Maar welke betalingen aan de werknemer vallen allemaal onder het loon? De Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) geeft hier duidelijkheid over.

25 augustus 2015 | Door redactie

Volgens artikel 6 van de WML bestaat loon uit de geldelijke inkomsten die de werknemer uit hoofde van de dienstbetrekking ontvangt. Hiermee worden brutobedragen bedoeld. De volgende uitbetalingen behoren niet tot het loon volgens de WML:

  • verdiensten uit overwerk;
  • vakantiebijslagen;
  • winstuitkeringen;
  • uitkeringen bij bijzonder gelegenheden;
  • uitkeringen wegens aanspraken om na verloop van tijd of onder een voorwaarde één of meer uitkeringen te ontvangen;
  • vergoedingen voor zover zij geacht kunnen worden te strekken tot bestrijding van noodzakelijke kosten, die de werknemer vanwege zijn dienstbetrekking heeft te maken;
  • bijzondere vergoedingen voor kostwinners en gezinshoofden;
  • uitkeringen ingevolge de spaarloonregeling;
  • eindejaarsuitkeringen;
  • een werkgeversbijdrage in de premie ziektekostenverzekering voor militairen.

Geen loonbegrip in BW

In het Burgerlijk Wetboek (BW) is het loonbegrip niet gedefinieerd. Uit rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat onder loon in de definitie van de arbeidsovereenkomst moet worden verstaan ‘de vergoeding door de werkgever aan de werknemer verschuldigd ter zake van de bedongen arbeid’. Dat betekent dat vergoedingen van kosten die de werknemer heeft gemaakt voor het werk geen loon zijn. Hierbij kunt u denken aan de kosten voor telefoon en eigen gereedschap en werkelijk gemaakte reis- en verblijfkosten.