Binnenklimaat kantoren niet altijd gezond

Het binnenklimaat van kantoorgebouwen is niet altijd optimaal en soms zelfs ronduit slecht voor de gezondheid te noemen. Dat zou blijken uit recent onderzoek. Naast de temperatuur en de luchtvochtigheid bepalen de aanwezigheid van bacteriën en fijnstof de kwaliteit van het binnenklimaat. De meest gehoorde klacht van werknemers is droge lucht.

12 september 2014 | Door redactie

De Vereniging Schoonmaak Research (VSR) heeft het binnenklimaat van 40 kantoorgebouwen in Nederland onderzocht (pdf). Daarbij zijn de temperatuur, de relatieve luchtvochtigheid en de concentratie CO2 gemeten. Van de onderzochte panden scoort 23% onvoldoende als het om een gezonde werkplek gaat. Dat betekent dat de panden slecht scoorden op zuurstof, microbiologische waarden en/of het gehalte aan fijnstof in de lucht. In de wet staan geen maximumexacte waarden, maar wel richtlijnen waar bedrijven zich aan moeten houden. Op basis van de richtlijnen van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt voor kantoorwerkplekken in de winter (het stookseizoen) 20 tot 24ºC aanbevolen en in de zomer 23 tot 26ºC.

Droge lucht meest gehoorde klacht

Helaas heeft u ook te maken met de beleving van medewerkers; wat voor de één warm is, vindt de ander aan de frisse kant. Dat maakt het lastig de optimale temperatuur vast te stellen. En juist de temperatuur is belangrijk voor het bereiken van een goede luchtvochtigheid. De meest gehoorde klacht van werknemers over het binnenklimaat is droge lucht. Daar kunt u wel iets aan doen. In de winter is de luchtvochtigheid lager en krijgen werknemers meer klachten als de temperatuur hoger is dan 23°C. Het gaat om klachten aan neus en keel, hoofdpijn en prikkende ogen. Bovendien zijn mensen bij een lage luchtvochtigheid vatbaarder voor besmetting met allerlei virussen. Het wordt aanbevolen de temperatuur in kantoren tussen 20 en 21 °C te houden en elke dag goed te ventileren.