Flexibel werken nog niet zo vanzelfsprekend

Actal – het adviescollege voor toetsing van regeldruk – vindt dat CDA en GroenLinks zich nog eens moeten buigen over hun initiatiefwetsvoorstel dat medewerkers recht op een flexibele werkplek of flexibele werktijden moet geven. Het adviescollege vindt dat eerst in de huidige wet- en regelgeving belemmeringen voor flexibel werken moeten worden weggenomen.

18 april 2012 | Door redactie

In het bericht ‘Flexibel werken is een vanzelfsprekend recht’ heeft u kunnen lezen dat CDA en GroenLinks een initiatiefwetsvoorstel hebben ingediend voor het recht op flexibel werken. Op verzoek van de Tweede Kamer heeft Actal het wetsvoorstel Flexibel werken beoordeeld. Het adviescollege vindt dat in de berekening van de administratieve lasten een aantal belangrijke kosten zijn vergeten, zoals de kosten:

  • voor het opstellen van reglementen voor het beoordelen van de verzoeken (door de werkgever en medezeggenschap);
  • voor aanpassing van de administratieve organisatie;
  • voor bezwaar en beroep en eventuele juridische procedures;
  • voor het maken van afspraken over (mogelijke) controles door de werkgever op de arbeidsomstandigheden op de nieuwe werkplek en de mogelijke aansprakelijkheid bij arbeidsongeschiktheid, uitval, ongelukken en misstanden.

Beoordeling na onderbouwing en kostenraming

Het adviescollege vindt dat eerst in de huidige wet- en regelgeving belemmeringen voor flexibel werken moeten worden weggenomen. Die belemmeringen zijn vorig jaar in kaart gebracht in het rapport ‘Het Nieuwe Werken en de arbeidsrechtelijke regelgeving (pdf)’. Daarnaast mist Actal ook alternatieven die voor minder regeldruk zorgen. Pas als het voorstel beter is onderbouwd en alle kosten goed zijn doorgerekend, kan worden beoordeeld of het zinvol is om medewerkers een wettelijk verzoekrecht voor flexibel werken te geven.