Winstplafond voor vrijstelling VPB niet naar rato herrekenen

28 november 2018 Door redactie

Bij lage winsten kan uw organisatie onder een vrijstelling voor de vennootschapsbelasting (VPB) vallen. Hiervoor geldt wel een winstplafond van € 15.000 per jaar en € 75.000 voor vijf jaar. Rechtbank Gelderland vond dat er geen herrekening van het winstplafond nodig was als de organisatie nog geen vijf jaar bestond.

Stichtingen en verenigingen die een onderneming drijven, vallen in principe onder de VPB en zijn belastingplichtig. Er geldt echter een vrijstelling voor organisaties met lage winsten: de voorwaarde voor de vrijstelling is dat de winst in een jaar niet hoger uitkomt dan € 15.000, of dat de winst in een jaar en de daaraan voorafgaande vier jaar bij elkaar niet meer dan € 75.000 bedraagt. Rechtbank Gelderland moest zich uitspreken over deze vrijstelling.
In deze zaak ging het om de beroepsvereniging voor Nederlandse Stylisten, die in 2009 was opgericht. De activiteiten van de vereniging bestonden uit belaste en onbelaste prestaties. Voor de belaste prestaties is de organisatie in principe belastingplichtig voor de VPB. Met de belaste prestaties behaalde de vereniging een winst van € 9.884 (2010), € 28.443 (2011) en € 31.414 (2012).

Geen herrekening van het winstplafond

De Belastingdienst wilde het winstplafond voor de vrijstelling van VPB herrekenen, omdat de vereniging pas drie jaar bestond. Het winstplafond zou daardoor uitkomen op € 45.000. De vereniging stelde dat die herrekening niet terecht was. De rechtbank vond ook dat er in de wetsgeschiedenis geen aanknopingspunten waren voor een herrekening van het winstplafond voor de vrijstelling in de VPB. Het ging volgens de rechter om een absolute grens van € 75.000. Daarnaast past een absolute grens ook het beste bij het doel van de regeling. Dat doel was immers om verenigingen en stichtingen met een beperkte winst niet in de heffing van de VPB te betrekken.

Standpunt van de staatssecretaris

De inspecteur had dus onterecht het winstplafond herrekend naar € 45.000. De vereniging kwam daardoor niet boven het winstplafond en hoefde dus geen VPB te betalen. De rechtbank vernietigde de reeds opgelegde VPB-aanslagen. Opvallend is dat de staatssecretaris in een besluit van 19 september 2018 juist het standpunt had ingenomen dat herrekening noodzakelijk was. Het is dus goed mogelijk dat de staatssecretaris zich niet neerlegt bij de uitspraak van Rechtbank Gelderland en in hoger beroep gaat.  
Rechtbank Gelderland, 23 oktober 2018, ECLI (verkort): 4520

Gerelateerd aan dit nieuwsartikel

Laatst toegevoegd

Meest gelezen

Heeft u een vraag over Belastingaangifte?

Willem van Kasteren

Belastingadviseur

WVK Belastingadvies
Adviseur is nu beschikbaar