Simpel te constateren fout zet naheffingsaanslag buitenspel

14 maart 2019 Door redactie

Een belastingplichtige mag erop vertrouwen dat hij recht heeft op een teruggaaf van BTW als door een simpele controle van de inspecteur geconcludeerd had kunnen worden dat hij dit recht niet had. De naheffingsaanslag gaat in dit geval van tafel. Hof Den Haag heeft dit onlangs aangegeven.

Een belastingplichtige kan een beroep op het vertrouwensbeginsel doen als door gedragingen van de Belastingdienst bij hem het vertrouwen is gewekt dat de inspecteur instemde met zijn standpunt maar deze later daarop terugkomt. In deze zaak ging het om een man die artiesten begeleidde. Hij vroeg BTW terug aan de Belastingdienst. Daarop wilde de inspecteur zijn facturen inzien, deze stuurde de man toe. De teruggaaf werd verleend en het kwartaal daarop weer. Na een boekenonderzoek legde de inspecteur echter naheffingsaanslagen (tool) op omdat de man geen recht had op teruggaaf van de BTW.

Beroep op vertrouwensbeginsel

De man deed een beroep op het vertrouwensbeginsel (tool), hij vond dat hij redelijkerwijs had kunnen aannemen dat de aftrek toegestaan was, de inspecteur had immers zijn facturen opgevraagd. Hij beschikte ook niet over de fiscale kennis om hier een oordeel over te vormen. De inspecteur vond echter dat het voor de man meteen duidelijk moest zijn geweest dat er voor de ingediende aangiften geen recht op aftrek bestond. Het ging ook niet om een complexe aangelegenheid,  het was dan ook vrij duidelijk dat er geen recht op aftrek bestond. Dat dit aan de aandacht van de controlerende ambtenaren was ontsnapt, kon de inspecteur niet verklaren.

Geen ingewikkelde kwestie

De rechter vond dat de man aan de teruggaven het vertrouwen had kunnen ontlenen dat de teruggaafverzoeken terecht waren verleend. Daarnaast had er door een simpele controle van de verzoeken om teruggaaf voorkomen kunnen worden dat er nageheven moest worden (dus dat er geen recht op aftrek bestond). Het ging hier ook niet om een ingewikkelde kwestie. Er was dus terecht door de man een beroep op het vertrouwensbeginsel gedaan. De stelling van de inspecteur, dat de man zich had moeten realiseren dat er geen recht op aftrek bestond, werd dus weggewuifd. De beperkte fiscale kennis van de man speelde hierbij ook een grote rol.
Gerechtshof Den Haag, 5 maart 2019, ECLI (verkort): 466

Bijlagen bij dit bericht

Gerelateerd aan dit nieuwsartikel

Laatst toegevoegd

Meest gelezen

  • BTW berekenen bij betalingskorting?

    Onze onderneming geeft afnemers een betalingskorting als zij de factuur contant afrekenen of uiterlijk binnen 14 dagen betalen. Over welk bedrag moet ik BTW berekenen?

  • Moeten we BTW berekenen over de VOG?

    Onze opdrachtgever betaalt de kosten van een VOG (Verklaring omtrent gedrag) rechtstreeks aan de gemeente. Maar wij als payrollorganisatie houden dit bedrag in bij de...

  • Hoe BTW bij omzetbonus verwerken?

    In het eerste kwartaal van dit jaar wil ik één van mijn trouwe afnemers een omzetbonus verstrekken. Kunt u mij aangeven hoe het zit met de BTW over deze...

Heeft u een vraag over Aangifte BTW?

Jan Timmers

Adviseur financiële administratie en fiscale zaken

Finovion
Adviseur is nu beschikbaar