Dubbele boete voor hetzelfde BTW-bedrag mag van rechter

18 april 2019 Door redactie

Als een onderneming niet uit eigen initiatief een suppletie-aangifte voor de BTW doet kan de Belastingdienst twee boetes aan die onderneming opleggen. Eentje voor het niet uit eigen beweging doen van de suppletie-aangifte en de andere voor het niet (tijdig) betalen van de BTW. Dat het hier om één te betalen BTW-bedrag gaat maakt dit niet anders.

In deze zaak ging het om een fiscale eenheid die in de balans over 2016 nog een passiefpost van € 60.000 aan verschuldigde BTW over 2013 had staan op de balans. De inspecteur vroeg in januari 2017 om een specificatie van deze post. De bv gaf hem deze en diende die maand ook nog een suppletie-aangifte (tool) in van € 60.000. De inspecteur legde twee vergrijpboetes (tool) op. De eerste voor het niet uit eigen initiatief doen van de suppletie-aangifte over 2013. De tweede omdat de verschuldigde BTW niet op tijd betaald was. Met deze dubbele boete was de fiscale eenheid het niet eens, het ging hier toch om dezelfde gedraging!

Duidelijk dat er BTW betaald moest worden

Rechtbank Zeeland-West-Brabant gaf aan dat al na het opstellen van de jaarrekening over 2013 duidelijk voor de fiscale eenheid moest zijn geweest dat er BTW moest worden bijbetaald. Hier werd echter niets door haar mee gedaan. Pas toen de inspecteur de eenheid op de post wees in 2017, stuurde zij een suppletie-aangifte.  Er was daarom sprake van grove onachtzaamheid en de hiervoor opgelegde boete was dan ook terecht opgelegd.

Boetes over hetzelfde BTW-bedrag blijven

Omdat de fiscale eenheid ten onrechte de voorbelasting in aftrek had gebracht maar deze dus niet had afgedragen was de tweede boete ook terecht. Hier was sprake van opzet of grove schuld, de fiscale eenheid had op dat moment moeten begrijpen dat er te weinig  BTW zou worden afgedragen. De dubbele beboeting was niet in strijd met het ‘ne bis in idem’-beginsel omdat het ging om twee feiten (niet op eigen initiatief suppletie-aangifte doen en niet (op tijd) BTW betalen). De omstandigheid dat beide overtredingen betrekking hadden op dezelfde BTW speelde hierbij dus geen rol. Het beroep was dus niet gegrond.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29 januari 2019 (gepubliceerd 15 april 2019), ECLI (verkort): 326

Bijlagen bij dit bericht

Gerelateerd aan dit nieuwsartikel

Laatst toegevoegd

Meest gelezen

  • BTW berekenen bij betalingskorting?

    Onze onderneming geeft afnemers een betalingskorting als zij de factuur contant afrekenen of uiterlijk binnen 14 dagen betalen. Over welk bedrag moet ik BTW berekenen?

  • Moeten we BTW berekenen over de VOG?

    Onze opdrachtgever betaalt de kosten van een VOG (Verklaring omtrent gedrag) rechtstreeks aan de gemeente. Maar wij als payrollorganisatie houden dit bedrag in bij de...

  • Hoe BTW bij omzetbonus verwerken?

    In het eerste kwartaal van dit jaar wil ik één van mijn trouwe afnemers een omzetbonus verstrekken. Kunt u mij aangeven hoe het zit met de BTW over deze...

Heeft u een vraag over Aangifte BTW?

Ad Bonis

Accountant

Bonis Accountancy
Adviseur is nu beschikbaar