Lenteweer kan hooikoortsklachten veroorzaken bij werknemers

De meeste Nederlanders genieten van het lentezonnetje, maar bij sommigen leiden de voor februari hoge temperaturen tot gesnotter en traanogen. Door het lenteweer is het aantal pollen in de lucht namelijk flink toegenomen. Dat kan hooikoortsaanvallen tot gevolg hebben. Werkgevers moeten klachten van werknemers op dit vlak serieus nemen.

26 februari 2019 | Door redactie

Werkgevers zijn verplicht om te zorgen voor de veiligheid en gezondheid van werknemers op alle vlakken die iets met het werk te maken hebben. Deze zorgplicht is vastgelegd in artikel 3, lid 1 van de Arbowet. Dit houdt ook in dat werkgevers serieus om moeten gaan met allergieklachten die opspelen onder werktijd. Werknemers met hooikoortsklachten kunnen in hun werk worden gehinderd door niezen, tranende ogen en een snotneus.

Met maatregelen ziekteverzuim voorkomen

Werknemers met hooikoortsklachten zijn erbij gebaat om pollen zoveel mogelijk te vermijden. Een werkgever kan maatregelen treffen om ziekteverzuim door hooikoorts tegen te gaan. Hij kan werknemers verplichten om de ramen – vooral bij droog en warm weer – dicht te houden. Bovendien kan hij een pollenfilter laten aanbrengen in het ventilatiesysteem. Tot slot kan een werkgever ook pollenfilters aanbrengen in bedrijfsauto’s, zodat werknemers die veel onderweg zijn, zo min mogelijk in aanraking komen met de pollen die een allergische reactie veroorzaken.

Strijden tegen hooikoorts met persoonlijke beschermingsmiddelen

Werknemers die buiten werken, kunnen pollen niet vermijden. Een werkgever kan hen tegemoet komen door persoonlijke beschermingsmiddelen (tool) ter beschikking te stellen. Door het dragen van een zonnebril belandt er bijvoorbeeld veel minder stuifmeel in de ogen en zullen de ogen minder jeuken. Bovendien geeft een zonnebril de ogen rust. Ook kan een werkgever overwegen bij te dragen aan allergiemedicijnen van de werknemer.