Mbo-opleidingen worden korter en praktischer

Het middelbaar beroepsonderwijs gaat beter aansluiten op de beroepspraktijk. Ook komt er in het onderwijs meer aandacht voor scholing van praktisch ingestelde leerlingen. Dit blijkt uit een brief aan de Tweede Kamer waarin minister Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) een hervorming van het mbo aankondigt.

4 juni 2014 | Door redactie

Het ministerie van OCW maakt € 300 miljoen vrij om ervoor te zorgen dat het mbo herkenbaarder wordt voor (toekomstige) studenten en het regionale bedrijfsleven. Het houdt onder meer in dat er een duidelijk onderscheid komt tussen vak- en beroepsonderwijs, zodat leerlingen weten voor welk vak en niveau ze kiezen en bedrijven weten wat ze in huis halen. Mbo-instellingen moeten kortere en intensievere leerroutes gaan aanbieden, waarbij extra aandacht is voor toptalenten. Hierover heeft u eerder kunnen lezen in het bericht ‘Kabinet ook voorstander van meestertitel’. Alles bij elkaar moet de hervorming leiden tot een betere aansluiting van het mbo op de praktijk.

Meer gecombineerde leerroutes in het mbo

In de Kamerbrief over toekomstgericht middelbaar beroepsonderwijs (pdf) geeft minister Bussemaker onder meer aan dat mbo-onderwijsinstellingen kleinschaliger en innovatiever moeten worden door intensiever samen te werken met (regionale) werkgevers. Hierdoor kunnen de scholen sneller inspelen op veranderende behoeftes van werkgevers uit de regio. Een voorbeeld hiervan is dat mbo-scholen in het oosten van het land het vak Duits aanbieden; een taal die in het grensgebied van pas komt in het bedrijfsleven. Ook moet het voor scholen eenvoudiger worden om gecombineerde leerroutes aan te bieden. Daarbij leren mbo-leerlingen de basis in de schoolbanken en doen praktijkervaring op bij een werkgever.