Strengere regels afdrachtvermindering onderwijs

Uw onderneming moet straks een intentieverklaring opnemen in de leerwerkovereenkomst die uw onderneming, een opleidingsinstituut en een werknemer met elkaar sluiten. Daarmee verklaren alle partijen dat het de intentie is om een volledige opleiding te volgen en deze met een erkend diploma af te sluiten. Houdt uw onderneming zich niet aan zijn (administratieve) verplichtingen, dan riskeert u een verzuimboete.

20 september 2012 | Door redactie

De regels voor toepassing van de afdrachtvermindering onderwijs worden een stuk strenger. Dit betekent onder meer dat alleen volledige opleidingen die met een erkend diploma worden afgerond, nog in aanmerking komen voor afdrachtvermindering. Daarnaast moet een intentieverklaring worden getekend.

Wat moet in de intentieverklaring staan?

De intentieverklaring moet worden toegevoegd aan de beroepspraktijkvormingsovereenkomst (BOL en BBL), de onderwijsarbeidsovereenkomst (werkend leren op hbo-niveau) of de leerwerkovereenkomst (vmbo). Daarin moet u ook vermelden:

  • welk deel van de opleiding wordt gevolgd (rekening houdend met vrijstellingen);
  • waaruit het te volgen deel bestaat (modules);
  • hoe lang de opleidingsduur is.

U moet de overeenkomst en bijlage bij de loonadministratie bewaren.

Zonder verklaring een verzuimboete

Als er tussentijds iets in de omvang of inhoud van het onderwijsprogramma verandert, moet u de intentieverklaring aanpassen. Een inhoudingsplichtige (uw onderneming) die de verklaring niet opstelt, niet tussentijds aanpast of niet bewaart bij de loonadministratie riskeert een verzuimboete van € 2.460, die kan oplopen tot maximaal € 4.920.