Werknemers informeren over het delen van bedrijfsgeheimen

Werknemers mogen bedrijfsgeheimen niet doorsluizen aan derden. Het kan voor de organisatie desastreuze gevolgen hebben als zij informatie delen over bijvoorbeeld een potentiële grote nieuwe klant of een nieuwe technologische innovatie. Dankzij de recent aangenomen Wet bescherming bedrijfsgeheimen is nu duidelijk wanneer iets een bedrijfsgeheim is.

17 oktober 2018 | Door redactie

De Eerste Kamer heeft de Wet bescherming bedrijfsgeheimen aangenomen. Deze wet – die is aangepast aan de Europese richtlijn – geeft duidelijk aan wat een bedrijfsgeheim is, wanneer sprake is van een lek en welke maatregelen daarop kunnen volgen. Een werknemer mag bepaalde informatie niet zomaar delen met derden, maar hij moet wel weten om welke informatie het precies gaat. De OR doet er goed aan om de Wet bescherming bedrijfsgeheimen onder de aandacht te brengen van de achterban en uit te leggen welke uitzonderingen gelden voor klokkenluiders (tools).

Bedrijfsgeheim beschermen met geheimhoudingsbeding

De Wet bescherming bedrijfsgeheimen beschrijft een bedrijfsgeheim als ‘geheim, handelswaarde bezittend en onderworpen aan maatregelen om deze geheim te houden’. De bestuurder moet dus maatregelen nemen om een bedrijfsgeheim te beschermen. Zo kan hij de informatie versleutelen en alleen beschikbaar stellen voor een beperkte groep werknemers. Het is belangrijk dat hij werknemers ervan op de hoogte stelt dat het om geheime informatie gaat en dat hij hen bijvoorbeeld een geheimhoudingsbeding laat tekenen.

Klokkenluider mag bedrijfsgeheimen lekken in algemeen belang

Er geldt een uitzondering: als een werknemer in het ‘algemeen belang’ bedrijfsgeheimen lekt, kan een rechter besluiten dat de Wet bescherming bedrijfsgeheimen niet geldt. De wet verwijst naar de Wet Huis voor klokkenluiders (tools). In artikel 1 van die wet staat dat ‘het maatschappelijk belang in het geding is bij de schending van een wettelijk voorschrift, een gevaar voor de volksgezondheid, een gevaar voor de veiligheid van personen, een gevaar voor de aantasting van het milieu, een gevaar voor het goed functioneren van de openbare dienst of een onderneming als gevolg van een onbehoorlijke wijze van handelen of nalaten’.