Wetten en regels die in 2015 ingaan

Sinds 1 januari 2009 zijn er twee vaste momenten in het jaar waarop nieuwe wetten in werking treden: 1 januari en 1 juli. Hierdoor hebben werkgevers meer duidelijkheid over de ingangsdatum van nieuwe regelgeving en kunnen ze hun bedrijfsvoering tijdig aanpassen. Opleiding & Coaching Rendement zet de belangrijkste wetswijzigingen per 1 januari voor u op een rijtje.

2 januari 2015 | Door redactie

Per 1 januari 2015 heeft u te maken met de volgende wijzigingen in wet- en regelgeving:

  • De AOW-leeftijd is met één maand gestegen: de AOW-leeftijd is nu 65 jaar en 3 maanden.
  • Verhoging leeftijd mobiliteitsbonus: u krijgt alleen nog een mobiliteitsbonus als u uitkeringsgerechtigden van 56 jaar of ouder in dienst neemt. Eerder lag de grens bij uitkeringsgerechtigden van 50 jaar of ouder.
  • De werkbonus voor nieuwe gevallen is afgeschaft.
  • Modernisering regelingen voor verlof en arbeidstijden: de regels voor het aanvragen en/of opnemen van bevallings- en zwangerschapsverlof, ouderschapsverlof en adoptieverlof zijn versoepeld. Medewerkers kunnen nu ook vaker hun contracturen laten aanpassen.
  • Het wettelijk minimum(jeugd)loon voor medewerkers van 23 jaar en ouder bedraagt in 2015: € 1.501,80 per maand, € 346,55 per week en € 69,31 per dag.
  • De werkkostenregeling is verplicht: u kunt niet meer kiezen tussen het systeem van vrije vergoedingen en verstrekkingen en de WKR. De vrije ruimte van de WKR bedraagt dit jaar 1,2% van de fiscale loonsom.
  • Participatiewet ingevoerd: de wet voegt de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet sociale werkvoorziening (WSW) en de Wajong samen. In de periode 2015-2017 moeten werkgevers 5.000 extra banen creëren voor mensen met een arbeidsbeperking. Als u een medewerker aanneemt die niet zelfstandig het minimumloon kan verdienen, kan de gemeente het verschil tussen de loonwaarde van deze medewerker en het minimumloon vergoeden. Andere instrumenten waarvan u gebruik kunt maken, zijn onder andere de no-riskpolis, jobcoaches en de mobiliteitsbonus.
  • Invoering eerste maatregelen van de Wet werk en zekerheid:
    • Er is geen proeftijd meer toegestaan in tijdelijke contracten van zes maanden of korter.
    • Een concurrentiebeding in tijdelijke contracten is alleen nog toegestaan bij zwaarwegende bedrijfsbelangen.
    • Aanzegtermijn is verplicht bij tijdelijke contracten van zes maanden of langer: u moet uiterlijk één maand voorafgaand aan het einde van het contract schriftelijk laten weten of u het contract verlengt en onder welke voorwaarden.
    • Uitzendkrachten hebben na maximaal 78 weken recht op een tijdelijk contract.
    • Bij oproepovereenkomsten en nulurencontracten geldt na drie maanden dat het aantal afgesproken uren per maand minstens moet overeenkomen met het gemiddeld aantal gewerkte uren in de voorafgaande drie maanden. Na deze drie maanden bent u verplicht om loon te betalen over het aantal afgesproken uren.
    • Payrollers hebben dezelfde ontslagbescherming als werknemers die rechtstreeks en/of vast bij u in dienst zijn. Volgens de nieuwe regels mogen deze krachten niet meer ontslagen worden als de payrollovereenkomst wordt opgezegd.