Stimuleren van geefgedrag is belangrijk speerpunt

Het kabinet heeft drie speerpunten ten aanzien van de filantropie: het stimuleren van geefgedrag, het bevorderen van transparantie en betrouwbaarheid van de sector en het bevorderen van de samenwerking tussen overheid en filantropie. Dit blijkt uit de recente brief van minister Dekker van Rechtsbescherming over de beleidsvisie op filantropie.

30 oktober 2019 | Door redactie

De brief van de minister volgt op het verkennend onderzoek ‘Filantropie op de grens van overheid en markt’ van de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) van vorig jaar. Uit deze brief blijkt dat het stimuleren van geefgedrag een belangrijk speerpunt is. Het kabinet ziet geefgedrag als de vrijwillige inzet in tijd en geld voor het algemeen maatschappelijk belang door burgers, goededoelenorganisaties , vermogensfondsen, kerken en bedrijven. De minister geeft aan dat de verantwoordelijkheid voor het stimuleren van geefgedrag en het efficiënt en doelmatig besteden van giften bij de non-profitsector ligt.

Stimuleren van vrijwillige inzet van tijd en geld

Het kabinet heeft de afgelopen jaren verschillende maatregelen genomen om de vrijwillige inzet van tijd te stimuleren. Hierbij gaat het om de mogelijkheid om vrijwilligerswerk te doen met behoud van een WW-uitkering, het gratis aanvragen van een Verklaring omtrent gedrag (VOG) voor vrijwilligers die werken met mensen in een afhankelijkheidssituatie en het verhogen van de maximale onbelaste vrijwilligersvergoeding per 1 januari 2019. Voor het stimuleren van het geven van geld zijn de fiscale faciliteiten, zoals de giftenaftrek en de regeling voor algemeen nut beogende instellingen (ANBI’s), van groot belang. Bij nieuwe beleidsinitiatieven weegt het kabinet het belang van filantropie zorgvuldig af met andere maatschappelijke belangen. Daarnaast draagt het kabinet bij aan de financiering van een tweejaarlijks onderzoek naar het geefgedrag.

Duaal toezicht in de sector

Het tweede beleidsdoel is het vergroten van de transparantie en betrouwbaarheid van de sector. Er is sprake van een vorm van duaal toezicht: de overheid houdt toezicht op de ANBI’s en er zijn juridische regels vastgelegd voor stichtingen en verenigingen. Daarnaast is er een systeem van vrijwillige zelfregulering. Het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF) is de toezichthouder van de erkende goede doelen en er is regelmatig overleg tussen de verschillende organisaties over het bevorderen van transparantie en betrouwbaarheid, bijvoorbeeld bij grensoverschrijdend gedrag in de internationale hulpverlening. De overheid wil wel graag meer inzicht in de geldstromen uit ‘onvrije landen’ naar organisaties in Nederland. De minister is bezig met een regeling daarvoor.

Samenwerking overheid en filantropie

Ten derde is de samenwerking tussen overheid en filantropie belangrijk, maar zijn de overheid en filantropie wel verschillend van aard. Bij de samenwerking is het belangrijk om te waken voor rolvervaging. De minister gaat de komende tijd met de verschillende partijen om de tafel zitten om te kijken naar de mogelijkheden. Daarnaast wil hij kijken op welke manier hij een bijdragen kan leveren aan het verspreiden van kennis en informatie over filantropie in Nederland.