Aftrekposten voor ondernemers bij belastingaangifte 2018

Tot 1 mei heeft u de tijd om aangifte te doen over 2018. Voor ondernemers geldt dat die zelf het zakelijke deel van de belastingaangifte moeten invullen. Daarbij is het belangrijk de fiscale mogelijkheden te benutten. Die kunnen uw onderneming geld besparen. Let wel op de regels!

22 maart 2019 | Door redactie

Ondernemersfaciliteiten (tool) leveren voordelen op. Zo is er de ondernemersaftrek, onder te verdelen in de zelfstandigenaftrek, de startersaftrek, de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk, de meewerkaftrek en de stakingsaftrek. Deze gelden alleen voor de ondernemer in de inkomstenbelasting. Om in aanmerking te komen voor ondernemersaftrek is alleen het inschrijven in de Kamer van Koophandel  niet voldoende. U moet namelijk ook daadwerkelijk aan kunnen tonen dat u ondernemersactiviteiten verricht. Daarnaast moet u voor de zelfstandigenaftrek, de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk (tool) en de meewerkaftrek voldoen aan het urencriterium.  De zelfstandigenaftrek, die per 2020 waarschijnlijk flink wijzigt, is een jaarlijkse aftrek van een vast bedrag. De startersaftrek is een extra aftrek in drie van de eerste vijf jaar van de onderneming. Via de mkb-winstvrijstelling  kan een ondernemer ná het verrekenen van de ondernemersaftrek nog 14% van het winstbedrag aftrekken van de winst. Voor de mkb-winstvrijstelling geldt het urencriterium niet, wel moet de belastingplichtige ondernemer zijn volgens de criteria van de inkomstenbelasting.

Bij gemengde kosten geldt een drempel

Bij gemengde kosten gaat het om kosten die wel voor de zaak zijn gemaakt, maar ook een privétintje hebben, zoals relatiegeschenken, studiereizen, congressen, maar ook zakenlunches of een consumptie. Voor de aangifte over 2018 geldt dat deze kosten alleen aftrekbaar zijn als het bedrag boven de € 4.500 uitkomt. Ondernemers kunnen ook kiezen voor een regeling waarbij zij standaard 80% van de gemengde kosten in aftrek brengen.
Voor de vennootschapsbelasting (VPB) geldt een soortgelijke regeling. Ook daar mogen ondernemingen gemengde kosten tot een bedrag van € 4.500 niet van de winst afhalen. Of, als dat hoger is, 0,4% van de totale loonsom. Ook hier kunnen ondernemingen voor een alternatieve regeling kiezen. Maar bij de VPB mogen ondernemingen standaard maar 73,5% van de gemengde kosten in aftrek brengen.

Aftrekposten bij investeringen

Een andere ondernemersfaciliteit waar gebruik van kan worden gemaakt bij het invullen van de aangifte is de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA).  De KIA (tool) is een aftrekpost waardoor ondernemingen fiscaal voordeliger kunnen investeren. Als uw onderneming in een boekjaar in bedrijfsmiddelen investeert, kan uw onderneming recht hebben op de KIA. Die bedrijfsmiddelen moeten dan wel in aanmerking komen voor investeringsaftrek. Het bedrag van de KIA hangt af van het geïnvesteerde bedrag in het boekjaar. De regeling geldt als uw onderneming in een boekjaar minimaal € 2.300 investeert en per bedrijfsmiddel minimaal € 450 uitgeeft. Voor sommige investeringen geldt de aftrek niet.
Het geld dat nodig is als werkkapitaal of voor een investering staat op de balans van uw onderneming en telt niet mee voor het vermogen in box 3 (tool). Daar is privévermogen boven € 30.000 per persoon belast. Blijvend overtollige liquide middelen moet u wel van zakelijk naar privé overzetten. Daarnaast kunt u bedrijfsmiddelen afschrijven (tool). Normaal gesproken wordt gedurende een bepaalde periode afgeschreven. Hiermee wordt jaarlijks een bepaald bedrag ten laste van de winst gebracht. Er zijn verschillende systemen van afschrijving (tool).