VERDIEPINGSARTIKEL

Zorg dat u weet op welke manieren u een beroepsprocedure kunt starten

Iedere OR dankt zijn bestaansrecht aan de Wet op de ondernemingsraden (WOR). Die wet is bedoeld om de medezeggenschap in organisaties zo veel mogelijk te stimuleren. Helaas verlopen de zaken niet altijd zoals ze zouden moeten en daarom voorziet de WOR ook in een beroepsrecht. Dat geeft uw OR de mogelijkheid om uw gelijk hogerop te halen als u er niet uitkomt met uw bestuurder. Het is dan wel belangrijk dat u precies weet welke beroepsmogelijkheden er zijn!


25 maart 2021 4 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Een meningsverschil met uw bestuurder lost u natuurlijk zo veel mogelijk op via goed overleg. Toch lukt dat niet altijd. Bijvoorbeeld omdat er veel op het spel staat of omdat de twist zich niet zomaar laat overbruggen. In die gevallen kunt u de omstreden kwestie voorleggen aan onpartijdige instanties.

Conflict bepaalt beroepsroute

Voor uw OR staan meerdere wegen open om een conflict met de bestuurder voor te leggen aan instanties buiten de deur. De aard van het conflict bepaalt de beroepsroute die uw OR moet bewandelen. Zo komt u bij conflicten over het adviesrecht uit bij de Ondernemingskamer van het hof in Amsterdam.

Let op: de PVT heeft deze mogelijkheid niet!

Bijna alle overige conflictzaken worden, na een poging tot bemiddeling door de bedrijfscommissie, voorgelegd aan de kantonrechter. Zowel door de OR als de personeelsvertegenwoordiging. In spoedeisende zaken kunnen beide een kort geding aanspannen via de voorzieningenrechter om daarmee de uitvoering van een (onrechtmatig) besluit van de bestuurder voorlopig op te schorten.

De Ondernemingskamer (OK) het adviesrecht

De OR kan bij de Ondernemingskamer beroep instellen tegen een besluit van de ondernemer dat valt onder de adviesplichtige opsomming van artikel 25 van de WOR. De beroepsprocedure die hieraan kleeft, is geregeld in artikel 26 WOR. Het gaat dan om een besluit:

  • waarover de bestuurder geen advies vraagt aan de OR of de adviesprocedure niet goed volgt;
  • dat niet (helemaal) in overeenstemming is met het advies van de OR;
  • dat de bestuurder zodanig aanpast na het advies van de OR, dat de OR op basis van de nieuwe feiten een ander advies zou hebben gegeven.

De bedrijfscommissie

Bij meningsverschillen met de bestuurder waarbij de oorsprong niet is te herleiden naar het adviesrecht, is de meest logische route: naar de bedrijfscommissie voor bemiddeling (1) en – als dat het probleem niet oplost – vervolgens naar de kantonrechter voor een bindende uitspraak (2). Het gaat vaak om gevallen waarin één of beide partijen vinden dat de ander zich niet houdt aan een verplichting (voortvloeiend) uit de WOR. U bent echter niet verplicht om de bedrijfscommissie om bemiddeling te vragen. U mag de kwestie ook rechtstreeks aan de kantonrechter voorleggen.

De bedrijfscommissie is er voor meningsverschillen rond de toepassing van de WOR. Een bedrijfscommissie bestaat uit vertegenwoordigers van werkgeversorganisaties en de vakbonden uit de betreffende bedrijfstak of sector. De commissie probeert partijen weer op één lijn te brengen, zodat de kantonrechter geen uitspraak hoeft te doen.

Eén of beide partijen vragen de commissie per brief om bemiddeling. In die bemiddelingsaanvraag staat een beschrijving van het conflict met daarbij alle feiten. Zo nodig wordt de andere partij in staat gesteld schriftelijk zijn visie te geven. Naar het oordeel van de bedrijfscommissie volgt er dan een hoorzitting waarin wordt geprobeerd om de geschillen op te lossen op basis van de wet. Uiteindelijk komt de commissie met een schriftelijk verslag met daarin een advies.

Een actueel overzicht van de bedrijfscommissies en hun bereikbaarheid is te vinden op bedrijfscommissie.nl. Naast bemiddelen en adviseren hebben de bedrijfscommissies ook de taak om de reglementen en jaarverslagen van ondernemingsraden te registreren.

Het grote voordeel van de bedrijfscommissie

De procedure via de bedrijfscommissie is een relatief laagdrempelige voorziening: de commissie zoekt naar een schikking, brengt bijna nooit kosten in rekening en de zaken die de commissie in behandeling neemt, trekken niet veel publiciteit. Een ideale manier dus om hardnekkige meningsverschillen aan een onafhankelijke deskundige voor te leggen.

 

Soms spreken partijen vooraf met elkaar af dat ze het voorstel van de commissie als bindend beschouwen. Ze zien dan dus af van een eventueel vervolg bij de kantonrechter. Bij een gerechtelijke procedure gaat de vuile was vaak wel echt naar buiten en dat vinden de bestuurder en ook ondernemingsraad lang niet altijd prettig.

 

Toch moet u oppassen dat u uw eigen positie niet verzwakt als de bestuurder lucht krijgt van het feit dat uw raad liever niet naar de rechter zal stappen. Dat vergroot zijn machtspositie.

De kantonrechter bij het instemmingsrecht

Heeft de ondernemer voor een instemmingsplichtig voorgenomen besluit geen instemming van de ondernemingsraad verkregen, dan kan hij de kantonrechter toestemming vragen om het besluit te nemen. De kantonrechter geeft alleen toestemming, als de beslissing van de ondernemingsraad om geen instemming te geven onredelijk is, of als het voorgenomen besluit van de bestuurder gevraagd wordt door zwaarwegende bedrijfsorganisatorische, bedrijfseconomische of bedrijfssociale redenen.

Als de bestuurder een besluit neemt zonder de instemming van de ondernemingsraad dan is dat besluit nietig. Tenminste, als de ondernemingsraad tegenover de ondernemer schriftelijk een beroep op de nietigheid heeft gedaan. De ondernemingsraad kan alleen een beroep op de nietigheid doen binnen een maand nadat hetzij de ondernemer hem zijn besluit heeft meegedeeld, hetzij - bij gebreke van deze mededeling - de ondernemingsraad is gebleken dat de ondernemer uitvoering of toepassing geeft aan zijn besluit.

De ondernemingsraad kan de kantonrechter vervolgens verzoeken de ondernemer te verplichten zich te onthouden van de uitvoering of toepassing van een nietig besluit. Omgekeerd kan de bestuurder de kantonrechter vragen om te verklaren dat de ondernemingsraad ten onrechte een beroep heeft gedaan op nietigheid.

De kantonrechter

Bent u het niet eens met het advies van de bedrijfscommissie, of wilt u de bemiddeling door de bedrijfscommissie overslaan, kunt u naar de kantonrechter stappen. Deze route staat beschreven in artikel 36 WOR.

Let op: uw bestuurder heeft datzelfde recht!

Kiest u ervoor om naar de kantonrechter te stappen, neem dan de termijnen in acht. De bedrijfscommissie krijgt twee maanden voor haar werk en mag dat – met goedkeuring van uw OR en de bestuurder – verlengen met nog eens twee maanden. De kantonrechter moet u inschakelen binnen dertig dagen na het verstrijken van die twee of vier maanden. Ook als de bedrijfscommissie nog niet klaar is!

Hoewel de kantonrechter een meningsverschil inhoudelijk kan beoordelen, kijkt hij meestal eerst of de wettelijke regels wel op de goede manier zijn toegepast. Zo kan de kantonrechter een bestuurder die ten onrechte weigert om de OR te informeren, dwingen om dat alsnog te doen. In het algemeen bepaalt de kantonrechter in zijn vonnis of er inderdaad een wettelijke verplichting bestaat en hoe daarnaar moet worden gehandeld.

Kosten komen voor rekening van de onderneming

De procedure bij de bedrijfscommissie is kosteloos, die van de kantonrechter niet. Deze kosten komen voor rekening van de onderneming. Wees dus niet bang dat uw OR moet opdraaien voor de kosten van het proces. Overigens is bijstand door een advocaat bij een procedure via de kantonrechter niet verplicht. Uw OR kan zich daarbij ook laten vertegenwoordigen door de voorzitter.

Let erop dat het medezeggenschapsrecht ingewikkeld is en een advocaat dus helemaal nog niet zo’n gek idee is. Bent u het niet eens met de uitspraak van de kantonrechter, dan kunt u binnen twee maanden hoger beroep instellen bij het gerechtshof. Daarbij is juridische bijstand overigens wél verplicht.

De voorlopige voorziening

Hoewel de gang via de kantonrechter altijd een bindende uitspraak oplevert, is het slim om er rekening mee te houden dat het in de praktijk vaak niet lukt om binnen zes maanden tot een vonnis te komen. Deze route neemt dus veel tijd in beslag. Kunt u daarop niet wachten, dan kunt u een kort geding aanspannen bij de voorzieningenrechter. Ook hier is juridische bijstand verplicht.

Vertegenwoordiging OR/PVT

In gerechtelijke procedures wordt de ondernemingsraad of PVT door de voorzitter vertegenwoordigd. Als uw vaste voorzitter is verhinderd, kan ieder ander lid hem vervangen.

 

Een onderdeelcommissie van de OR kan overigens niet zelfstandig een gang naar de rechtbank inzetten. Dat recht blijft voorbehouden aan de ondernemingsraad zelf die het conflict dan overneemt van de commissie. Een commissie kan wel gewoon zelfstandig naar de bedrijfscommissie stappen voor bemiddeling.



Meer informatie over het instemmingsrecht vindt u in de toolbox Regel het instemmingsrecht van de OR in acht stappen.

Meer informatie over het adviesrecht van de OR vindt u in de toolbox Stroomlijn het adviesrecht van de OR.