Gemeente Maastricht mocht OR niet bespioneren

De gemeente Maastricht is door de kantonrechter op de vingers getikt. De gemeente liet een extern bedrijfsrecherchebureau de mailboxen van leden van de ondernemingsraad (OR) onderzoeken nadat conceptnotulen van de gemeente waren uitgelekt. Daarmee ging de gemeente te ver, oordeelde de rechter vorige week.

23 september 2019 | Door redactie

De ‘Maastrichtse spionageaffaire’, zoals de zaak inmiddels bekend staat, begon in 2018. Toen lekten de conceptnotulen uit van een vergadering over de oprichting van een Shared Service Centrum (SSC), een gezamenlijk kantoor voor de gemeenten Maastricht, Heerlen en Sittard-Geleen. Tijdens de vergadering kwam ter sprake of de gemeente ambtenaren mag ontslaan die tegen het plan zijn. De uitgelekte notulen leidden tot grote onrust. De gemeente wilde achterhalen wie de notulen had gelekt, en gaf Hoffmann Bedrijfsrecherche in het geheim opdracht om het e-mailverkeer van 41 ambtenaren te onderzoeken, onder wie leden van de OR.

Mocht de gemeente onderzoek doen naar OR?

Zowel de OR als de gemeente stapten naar de rechter: had de gemeente de OR in het onderzoek mogen betrekken? Volgens de OR had de gemeente de voorzitter van de OR hierover vooraf moeten informeren. Dat was niet gebeurd. Volgens de gemeente was er voldoende zwaarwegend belang voor zo’n onderzoek.

Aanpak van gemeente buiten proporties

De kantonrechter oordeelde dat de gemeente inderdaad een zwaarwegend belang had om te onderzoeken wie de conceptnotulen – een vertrouwelijk document – had verspreid. De rechter vond de wijze waarop de gemeente dit heeft aangepakt echter niet proportioneel. Uit intern onderzoek was al gebleken dat het lek in ieder geval niet afkomstig was van een OR-lid. De gemeente kon aan de rechter onvoldoende duidelijk maken waarom zij ook de mailboxen van de OR-leden had laten onderzoeken.

Beschermde positie van OR-leden kwam in het geding

Op grond van artikel 21 van de Wet op de Ondernemingsraden (WOR) mag de werkgever OR-leden niet benadelen in hun functioneren. De rechter oordeelde dat de beschermde positie van OR-leden door dit onderzoek in het geding kwam. “OR-leden moeten in vrijheid en zonder angst voor repercussies als ambtenaar van de gemeente hun OR-taken kunnen uitvoeren”, aldus de rechter.
Rechtbank Limburg, 17 september 2019, ECLI (verkort): 8373