Sancties als de bestuurder geen OR instelt

Iedere organisatie met 50 werknemers of meer is verplicht om een ondernemingsraad (OR) in te stellen. Toch voldoet niet iedere organisatie aan die verplichting. Is er vanuit de werknemers geen animo voor een OR, dan is daar wat voor te zeggen. Maar de werkgever moet die behoefte wel blijven peilen. Is er wel behoefte aan een OR, dan moet de werkgever verkiezingen organiseren.

20 januari 2020 | Door redactie

Iedere organisatie met 50 werknemers of meer moet een OR instellen. Die instellingsplicht staat in artikel 2 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR). Hebben de werknemers van een instellingsplichtige organisatie geen behoefte aan een OR, dan kan de bestuurder het er niet zomaar bij laten zitten. Hij moet in ieder geval een OR-reglement hebben, waarin staat dat de bestuurder van tijd tot tijd – bijvoorbeeld elke twee jaar – verkiezingen organiseert. Uit de uitslag moet blijken of er al dan geen belangstelling is voor een OR. Op grond van artikel 5 WOR kan de Sociaal-Economische Raad (SER) een bestuurder ontheffing verlenen voor het instellen van een OR. De SER is hier echter heel terughoudend mee. Dat de werknemers geen behoefte hebben aan een OR, ontslaat de bestuurder niet van zijn instellingsplicht.

Werknemers kunnen OR opeisen

Heeft de organisatie geen OR, maar hebben de werknemers daar wel behoefte aan, dan kunnen zij daartoe een verzoek indienen bij de bestuurder. Een groepje collega’s kan bijvoorbeeld aan de werkgever aanbieden om het voorbereidende werk te doen en de verkiezingen te organiseren. Weigert de bestuurder om een OR in te stellen, dan kunnen de werknemers de vakbond inschakelen die leden heeft in de organisatie. Vraag de vakbond om er bij de bestuurder op aan te dringen dat er een OR komt. De vakbond kan hem onder druk zetten als dat nodig is en – als hij blijft weigeren – een procedure starten bij de kantonrechter. Werknemers mogen ook zelf naar de kantonrechter stappen. Het is verstandig om dit niet alleen, maar gezamenlijk te doen. Waarschijnlijk zal de bestuurder het de werknemer namelijk niet in dank afnemen.

Kantonrechter kan sanctie opleggen bij geen OR

Bij de kantonrechter kan de vakbond of de afvaardiging van werknemers op grond van artikel 36 WOR stellen dat de bestuurder in gebreke blijft ten aanzien van de OR-instellingsplicht. De kans is groot dat de kantonrechter de bestuurder een termijn stelt waarbinnen hij alsnog een OR moet instellen, met als sanctie het betalen van een dwangsom. Zo legde de kantonrechter in Alkmaar in 2012 een ondernemer de plicht op om uiterlijk op 1 juli 2012 een OR in te stellen op straffe van een dwangsom van € 500 per dag, met een maximum van € 10.000 (Kantonrechter Alkmaar, 22 februari 2012, ECLI (verkort): 7026).

Bijlagen bij dit bericht