Stapsgewijs een ondernemingsraad oprichten

Vanaf 50 werknemers moet een organisatie een ondernemingsraad (OR) hebben. Bestuurders staan niet altijd te springen om een OR op te richten; zij zien de OR soms meer als een noodzakelijk kwaad. Ten onrechte, want een OR kan de organisatie veel voordelen bieden. Het oprichten van een OR is geen eenvoudige klus. Ga daarom stap voor stap te werk.

26 augustus 2020 | Door redactie

Medezeggenschap is er in vele soorten en maten. Sommige vormen zijn vrijwillig georganiseerd, andere zijn verplicht volgens de Wet op de ondernemingsraden (WOR). Zo is een ondernemingsraad verplicht als de organisatie minimaal 50 werknemers telt, maar ook in kleinere organisaties kan de bestuurder vrijwillig een OR instellen. Gebeurt dit niet, dan kunnen de werknemers (bij 10 tot 50 werknemers) een verzoek indienen voor een personeelsvertegenwoordiging (PVT). Organisaties tot 10 werknemers houden minimaal twee keer per jaar een personeelsvergadering (PV).

Commissie doet voorbereidend werk

Er komt heel wat bij kijken als de organisatie een OR moet of wil oprichten (toolbox). De bestuurder moet ervoor zorgen dat er een commissie komt die in overleg met hem alle voorbereidende werkzaamheden voor zijn rekening neemt, zoals het opstellen van een voorlopig OR-reglement en het organiseren van de eerste OR-verkiezingen. In het voorlopig reglement is vastgelegd hoe de OR-verkiezingen georganiseerd moeten worden. Is er eenmaal een OR ingesteld, dan maakt de OR het reglement definitief. Het voorlopige en het definitieve OR-reglement is uiteraard aan regels gebonden.

Vakbond(en) betrokken bij instelling OR

Ook de vakbonden die leden hebben in de organisatie spelen een rol bij het instellen van een OR. De instellingscommissie moet het voorlopig reglement voorleggen aan de vakbond en de vakbond mag eigen kandidaten aandragen voor de verkiezingen. De organisatie kan dus niet om de vakbond heen als er een OR moet worden opgericht. De vakbond kan de werknemers daarnaast van dienst zijn als de bestuurder weigert om een OR in te stellen.

Wat als de bestuurder weigert een OR in te stellen?

Als er een instellingsplicht is, moet de bestuurder bij de werknemers peilen of zij behoefte hebben aan een OR. Is dit niet het geval, dan is daar weinig aan te doen. De kans bestaat ook dat juist de bestuurder geen OR wil instellen. In dat geval kunnen de werknemers de vakbond inschakelen. Die kan er bij de bestuurder op aandringen dat er een OR komt en desnoods een procedure starten bij de kantonrechter. De werknemers kunnen ook zelf naar de kantonrechter stappen. Dat zal de bestuurder hen waarschijnlijk niet in dank afnemen, daarom is het niet verstandig om dit alleen te doen.

Kantonrechter kan bestuurder verplichten op straffe van een dwangsom

De vakbond (of een afvaardiging van werknemers) kan op grond van artikel 36 WOR bij de kantonrechter stellen dat de bestuurder in gebreke blijft ten aanzien van de OR-instellingsplicht. De kans is groot dat de kantonrechter hem een termijn stelt waarbinnen hij alsnog een OR moet instellen, op straffe van een dwangsom die kan oplopen tot € 10.000.