Wat als een OR-lid zijn geheimhoudingsplicht schendt?

De ondernemingsraad (OR) krijgt van de bestuurder vaak toegang tot vertrouwelijke informatie. Het spreekt voor zich dat de OR-leden hier behoedzaam mee omgaan. Toch gebeurt dit niet altijd in de praktijk. Wat moet er gebeuren als een OR-lid zijn geheimhoudingsplicht schendt?

22 november 2019 | Door redactie

De OR krijgt veel bedrijfsgevoelige informatie onder ogen, bijvoorbeeld voor advies- en instemmingsverzoeken (artikelen 25 en 27 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR)). Een bestuurder kan de OR in dat geval een geheimhoudingsplicht opleggen (artikel 20 WOR). Die geheimhouding mag de OR niet beperken in zijn werk, bijvoorbeeld als deze geldt voor een heel adviestraject. De OR kan de achterban dan niet informeren of raadplegen. Daarom mag de bestuurder alleen geheimhouding opleggen als hij hier een goede reden voor heeft.

Schending geheimhoudingsplicht kan leiden tot strafrechtelijke vervolging

Vindt de OR de geheimhoudingsplicht onterecht of niet langer van toepassing, dan moet de OR dit bespreken met de bestuurder. Schending van de geheimhoudingsplicht kan namelijk verstrekkende gevolgen hebben. De bestuurder kan het OR-lid bij schending uitsluiten van het OR-werk. Gaat het om een ernstige overtreding, dan kan de bestuurder het OR-lid op staande voet ontslaan. Een OR-lid heeft ontslagbescherming, maar die vervalt als een OR-lid een ernstige overtreding maakt. In het ergste geval kan de bestuurder het OR-lid zelfs strafrechtelijk vervolgen voor het plegen van een strafbaar feit (artikel 272 en 273 van het Wetboek van Strafrecht).

SER gaf tips voor omgaan met geheimhoudingsplicht

Een geheimhoudingsplicht kan de OR in een lastig parket brengen. De Sociaal-Economische Raad (SER) heeft daarom in het verleden tips opgesteld hoe de OR kan omgaan met de geheimhoudingsplicht.

Bijlagen bij dit bericht

Adviesrecht van de OR
E-learning | VideoCollege 12 minuten
Instemmingsrecht van de OR
E-learning | VideoCollege 11 minuten