VERDIEPINGSARTIKEL

Welke ondernemingsraad past bij uw organisatie?

Het is soms lastig om te bepalen welke structuur van medezeggenschap het beste bij de onderneming past. Gaat het om één vestiging, dan is één ondernemingsraad natuurlijk voldoende. Maar als uw organisatie uit meerdere vestigingen bestaat, wordt het al snel een stuk ingewikkelder. Wat past het beste bij uw organisatie: een OR, een gemeenschappelijke, een groeps- of misschien wel een centrale ondernemingsraad?


30 april 2019 8 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement online.


Als organisaties van elk meer dan 50 werknemers intensief met elkaar samenwerken of deel uitmaken van één overkoepelende organisatie, is het niet gek om gezamenlijke medezeggenschap te organiseren. Dat kan in de vorm van een centrale OR (COR), een gemeenschappelijke OR of een groeps-OR (GOR) (tool).

Subgroepen OR

Zo staat de wet toe om voor het geheel één (gemeenschappelijke) OR in te richten, eventueel aangevuld met onderdeelcommissies op het niveau van de afzonderlijke organisaties (bv’s). Maar elk onderdeel kan ook zijn eigen OR hebben met daarboven een COR (tool). In heel grote organisaties of instellingen waar binnen het geheel weer subgroepen te onderscheiden zijn, divisies bijvoorbeeld, kan er tussen OR en COR gebruik worden gemaakt van groepsondernemingsraden.

Niveau medezeggenschap 

Stel, de organisatie waarvoor uw ondernemingsraad werkt, is overgenomen door of gefuseerd (tool) met een ander bedrijf of instelling elders in het land. Net als uw collega-ondernemingsraad van die andere organisatie behandelt uw OR de zaken die betrekking hebben op uw eigen onderneming en het personeel van die organisatie. Maar van uw bestuurder krijgt u steeds vaker te horen dat iets ‘van hogerhand’ moet. U vraagt zich af of dat echt zo is en zo ja, waarom dat dan zo moet. Op dat moment constateert u een gat: er is geen medezeggenschap geregeld op dat hoogste niveau.

Een OR voor de groep

Wat de COR is voor het gehele concern, is de GOR voor een groep daarin. Zo’n groep moet zich dan wel van de rest onderscheiden. In principe gelden voor een GOR dezelfde regels over samenstelling en bevoegdheden. Bij de rijksoverheid kan er per ministerie dus slechts één GOR worden ingericht, ook wel Departementale OR (DOR) genoemd. De gehele onderneming (het Rijk) wordt immers gevormd door alle departementen samen.

Achterban

De OR van de fusiepartner denkt hetzelfde en samen zoekt u naar een oplossing: een COR. U bespreekt dat met de beide bestuurders, maar die zien daar misschien niets in. Weer een OR erbij en dan ook nog één die wil meepraten over de beslissingen op het topniveau. Nee, als dat dan al moet, dan valt er hooguit te praten over het opgaan van beide raden in één gemeenschappelijke OR voor het hele concern. Maar dat lijkt u weer niets. Daardoor wordt de afstand tot de achterban wel erg groot. En het is nu al moeilijk om voldoende kandidaten te vinden.

Bevoegdheden COR 

COR-leden worden in principe niet rechtstreeks gekozen door en uit werknemers, maar bij voorkeur door en uit de deelnemende OR’en. De bevoegdheden van een COR zijn weliswaar dezelfde als die van een OR, maar zij beperken zich tot de onderwerpen die van gemeenschappelijk belang zijn. Dat laatste brengt ook met zich mee dat door het ontstaan van een koepel-OR de ondernemingsraden zelf minder te zeggen krijgen. De Wet op de ondernemingsraden (WOR) staat niet toe dat over één en hetzelfde onderwerp meerdere medezeggenschapsorganen hun zegje doen. Het is overigens heel goed mogelijk – en zelfs aan te bevelen – dat de COR zich bij het bepalen van zijn standpunten laat inspireren en leiden door de mening van de (afzonderlijke) ondernemingsraden.

Belang koepelondernemingsraad 

Om voor een koepelondernemingsraad te kiezen moeten er dus minimaal twee ondernemingsraden zijn. Maar als de centrale OR er eenmaal is, geldt hij ook voor onderdelen die (nog) geen OR of personeelsvertegenwoordiging hebben. Het criterium of er wel of geen COR komt, is ‘het belang van de toepassing van de wet’. Met andere woorden: als één of meer overkoepelende OR’en noodzakelijk zijn voor de medezeggenschap, dan is de instelling daarvan verplicht. Als het bestuur en de OR(’en) hier met elkaar niet uitkomen, kan de bedrijfscommissie adviseren en zo nodig de kantonrechter een bindende uitspraak doen. Leidend daarbij is de goede toepassing van de WOR. Is de medezeggenschap en daarmee ook het concern of de groep van ondernemingen gebaat bij één of meer extra koepelondernemingsraden?

Voorlopig reglement

De eerste stap voor het oprichten van een centrale of groeps-OR is – net als bij de ‘gewone’ OR’en – het vaststellen van een voorlopig reglement. Met dit reglement wordt de eerste raad samengesteld. De bestuurder van het concern of de groep is daarvoor verantwoordelijk, al laat hij het voorwerk vaak over aan de betrokken OR’en. Omdat de wet geen nadere regels stelt aan de grootte en de samenstelling van de COR, moeten er (voorlopige) keuzes worden gemaakt. Daarbij moet in ieder geval elke OR een COR-afvaardiging krijgen. De grootte van die afvaardiging wordt vaak gekoppeld aan de getalsverhouding van het personeelsbestand per organisatieonderdeel. Als er ook nog organisatieonderdelen zonder OR zijn, is het van belang dat ook die werknemers een vertegenwoordiging in de COR krijgen. Dat kan vanuit een PVT (tool) of, als die er ook niet is, door rechtstreekse verkiezingen. De COR is dan verantwoordelijk voor de organisatie en uitvoering van die verkiezingen. Daarvoor zijn dan dus ook reglementbepalingen nodig.

Centrale ondernemingsraad: groot, groter, grootst!

Koepelondernemingsraden en met name een centrale ondernemingsraad (COR) kunnen vaak behoorlijk groot zijn, omdat vanuit iedere bestaande OR een delegatie zitting neemt in de COR. Bedrijfsonderdelen zonder OR moeten ook nog vertegenwoordigd zijn in de COR. Medezeggenschapsorganen met twintig tot dertig leden zijn daarom geen uitzondering, zeker niet bij de grote concerns! Het is wel toegestaan om leden van de COR vanuit en door groepsondernemingsraden te laten kiezen. Dat kan fors schelen in het aantal leden. Het is verstandig om – tegelijk met de normale leden – plaatsvervangers te laten kiezen. Dat kan helpen om de omvang van de delegaties beperkt te houden; bij verhindering van een lid kan een plaatsvervangend lid voor de continuïteit zorgen.

Zittingsperiodes 

Zorg er in elk geval zo veel mogelijk voor dat de verschillende groepen werknemers uit alle hoeken van het (overkoepelende) concern vertegenwoordigd zijn in de medezeggenschapsorganen. Denk aan functieniveaus, (groepen van) disciplines en man/ vrouw-verdeling. Daarvoor kan het reglement aanvullende bepalingen bevatten. Leden die vanuit een ondernemingsraad, personeelsvertegenwoordiging of groepsondernemingsraad in de COR zijn gekomen, verliezen dat lidmaatschap als zij daar niet langer deel van uitmaken. Om te voorkomen dat de koepel-OR een soort duiventil wordt, is het zaak dat alle medezeggenschapsorganen die erbij betrokken zijn hun zittingsperiodes op elkaar afstemmen. Als alle ondernemingsraden op hetzelfde moment worden gekozen, kunnen die binnen een paar weken ook hun afvaardigingen in een (nieuwe) COR geregeld hebben.

Centrale, groeps- of gemeenschappelijke OR?

Naast een centrale OR (COR) en groeps-OR (GOR) bestaat de gemeenschappelijke OR. Wat zijn de grote verschillen?

  1. COR
    Een centrale OR (COR) is een overkoepelende OR voor alle aanwezige ondernemingsraden. De oprichting van een COR kan nodig zijn als de organisatie meerdere vestigingen in Nederland heeft. Vooral als de raad invloed wil uitoefenen op de besluitvorming van de landelijke directie.
  2. Groeps-OR
    Voor een bepaalde groep organisaties binnen één concern is het mogelijk om een groepsondernemingsraad (GOR) op te richten. De GOR omvat een groep van ondernemingen die binnen het totale concern voldoende samenhang heeft en bestaat uit leden van de al bestaande ondernemingsraden van de organisaties.
  3. Gemeenschappelijke OR
    Bij de gemeenschappelijke OR is er geen aparte OR per vestiging. De gekozen OR-leden van elke vestiging zitten samen in één OR. Om deze structuur succesvol te maken, is het wel belangrijk dat de werknemers in de verschillende vestigingen vergelijkbare belangen hebben. Ook moet er één gemeenschappelijke leiding zijn.

Bevoegdheden medezeggenschapsorgaan

De bepalingen voor koepelondernemingsraden over tijd, scholing, inhuren deskundigen en allerlei van dat soort faciliteiten zijn allemaal dezelfde als voor een normale OR. Dat geldt ook voor de typische bevoegdheden zoals het recht op informatie, overleg, initiatief, advies en instemming. Het grote verschil – dat ook doorwerkt in de bevoegdheden van de afzonderlijke OR’en – is dat een COR of GOR uitsluitend bevoegd is op onderwerpen die van gemeenschappelijk belang zijn voor de deelnemende organisaties. Daarvan is sprake zodra het onderwerp alle organisaties of de meerderheid ervan betreft. Omdat de bevoegdheid dan ‘van rechtswege’ overgaat op de COR/GOR, beschikken de ondernemingsraden daar niet langer over. Het lijkt een duidelijke afbakening van taken, maar in de praktijk is dat niet zo. Zo lijkt het sluiten van een bepaald onderdeel een onderwerp dat niet de COR maar de betrokken OR aangaat. Toch kan dat voornemen zijn ingegeven door het gemeenschappelijk belang van het concern of consequenties hebben voor een meerderheid van de daarin werkzame organisaties. En dan is het dus primair een COR-zaak en moet die OR proberen via die koepelraad invloed uit te oefenen.

Arbodienst

Verder is het zo dat eenzelfde onderwerp op verschillende momenten op verschillende niveaus in een concern kan spelen. Denk aan de keuze voor een arbodienst (tool) die centraal kan worden gemaakt (instemmingsrecht van de COR), waarbij de inhoud van de af te sluiten contracten decentraal wordt bepaald (instemmingsrecht van de gewone OR). Gewoonlijk duurt het meerdere jaren voordat de bevoegdheidsverdeling tussen COR, GOR en OR geheel duidelijk is. Het beste is om al werkend en in overleg met de bestuurders van de (overkoepelende) organisatie een lijstje op te stellen van voorvoorgenomen besluiten en welke rol de (C)OR daarin speelt. Maar ook dan is het belangrijk dat de verschillende medezeggenschapsniveaus goed op elkaar zijn afgestemd en met elkaar samenwerken. Dat lukt niet alleen door de eigen vertegenwoordiging. Punten van de COR-agenda zullen ook inhoudelijk besproken moeten worden in de eigen vergadering, zodat uw vertegenwoordiger weet hoe hij zich in de COR moet opstellen.

Wettelijke en werkelijke bevoegdheden

Een complicerende factor is dat de wettelijke bevoegdheidstoedeling aan de COR niet altijd overeenstemt met de werkelijke bevoegdheidsverdeling. Sommige concerns worden heel centralistisch geleid. De lokale directies zijn dan meer zetbazen die alleen uitvoeringsbevoegdheden hebben. Voor de OR’en is het dan van belang om via de COR invloed uit te oefenen op aanwijzingen van hogerhand, ook als het om onderwerpen gaat die eigenlijk alleen de eigen organisatie aangaan. Van de andere kant beperkt de leiding van steeds meer concerns zich tot het vaststellen van een beperkt kader, waarmee de organisaties taakstellend worden aangestuurd. De vrijheid van het eigen management is dan veel groter zodat er voor de OR meer en voor de COR minder werk is. Over het algemene beleid heeft in ieder geval de COR of GOR het voor het zeggen. Denk aan het aangaan van een fusie of het vaststellen van het (meerjarig) strategisch beleid.

Belangen 

Niet alleen bij deze onderwerpen is het vaak een groot probleem dat de COR-leden zich op de eerste plaats OR-lid voelen en daar ook naar handelen. Dat komt zowel door het vaak abstracte karakter van het concernbeleid als door de manier waarop de COR bemenst is: door en uit de ondernemingsraden. De meeste OR-leden ambiëren de COR-functie niet en als ze daar toch terechtkomen, worden ze door de overige leden toch vooral gezien als hun belangenbehartiger op het centrale niveau. Terwijl het voor de leden van een koepel-OR juist belangrijk is om het grotere geheel te overzien en zich daar een mening over te vormen. Voor een GOR en COR is scholing daarom wellicht nóg belangrijker dan voor een ‘gewone’ OR.