Franchiseondernemers grijpen naast schadevergoeding

Rechters laten franchisegevers de laatste jaren niet zomaar wegkomen met het geven van ondeugdelijke omzetprognoses. Maar dit betekent niet dat franchisenemers daarom altijd mogen wijzen naar de franchisegever als de omzet tegenvalt. Een groep franchiseondernemers ving namelijk onlangs bot bij het gerechtshof.

27 februari 2019 | Door redactie

Franchising is op papier een mooi concept, maar franchisegever en franchisegever treffen elkaar ook nog geregeld in de rechtszaal. Bijvoorbeeld over omzetvoorspellingen (tool) die totaal niet haalbaar blijken. Mede daarom werkt het kabinet momenteel aan nieuwe wetgeving, die ‘de machtsbalans’ moet herstellen.

Ondernemers vorderen schadevergoeding

Ook in deze zaak draaide het om omzetprognoses. Een aantal franchisenemers sleepte de uitbater van de speelgoedwinkelformule Top1Toys voor de rechter. Deze ondernemers vonden dat zij verkeerd waren voorgelicht over de vooruitzichten voor hun winkel. Ze vorderden daarom een schadevergoeding, of toch tenminste vernietiging van de franchiseovereenkomsten.
Ze vielen er onder meer over dat de franchisegever rekende met een gemiddelde brutowinstmarge van 34%, terwijl die volgens hen helemaal niet haalbaar was. Ook vielen de omzetten zwaar tegen in vergelijking met de begrotingen van de franchisegever. Bovendien was op de website van de franchisegever de indruk gewekt dat de formule scherpe verkoopprijzen in de winkel zou kunnen combineren met een prima marge voor de ondernemer.

Franchisegever niet verplicht om prognose te geven

De franchisegever stelde dat die 34% een gemiddelde was dat volgens een onderzoeksbureau in de branche gehaald werd. Ook was aan de ondernemers steeds duidelijk verteld dat de franchisegever ‘taakstellende’ conceptbegrotingen leverde, en géén prognoses. Taakstellend wilde in dit geval zeggen dat bij de kosten die de ondernemer had opgegeven minstens een bepaalde omzet gehaald moest worden om de marge ook daadwerkelijk binnen te kunnen harken.
Bij de beoordeling van de zaak verwees het gerechtshof naar bestaande jurisprudentie van de Hoge Raad over franchising. Uit die arresten blijkt kort gezegd dat de franchisegever niet verplicht is om de franchiseondernemer prognoses te verstrekken. Maar als hij dat wél doet,  moeten die prognoses ook deugdelijk zijn. Zo niet, dan kan de franchisegever aansprakelijk gesteld worden voor gemiste omzet.

Hof: ondernemers niet op verkeerde been gezet

Maar in dit geval had de franchisegever helemaal geen prognoses verstrekt, oordeelde het gerechtshof. Bij het aanleveren van de conceptbegrotingen was bovendien steeds vermeld dat er een bepaalde omzet gehaald moest worden, en niet dat die omzet ook behaald kón worden. En wat de tekst op de website betrof: die was gericht op potentiële franchisenemers, en van een oplettende ondernemer mag verwacht worden dat hij zich niet laat beïnvloeden door het feit dat ‘aan reclame vaak een zekere overdrijving eigen is’.
Al met al had de franchisegever de ondernemers met de gegeven informatie niet op het verkeerde been gezet, vond het hof. Een schadevergoeding kwam er dus niet.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 5 februari 2019, ECLI (verkort): 1024

Bijlagen bij dit bericht

Financiële administratie
E-learning | VideoCollege 20 minuten
Werken met overeenkomsten
E-learning | VideoCollege 33 minuten
Begroten omzet
E-learning | VideoCollege 32 minuten