Gedrag is bepalend voor ondernemerschap
Stelt u zich op als ondernemer, dan bestaat er een grote kans dat u de werkzaamheden verricht op basis van een overeenkomst van opdracht. Het gerechtshof in ’s-Gravenhage stelt in dat geval dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst.
De man in deze zaak was lasser en werkte vanaf 1 januari 2005 via een uitzendbureau voor een onderneming. Hij schreef zich echter op 13 juni 2008 in bij de Kamer van Koophandel en factureerde apart aan de onderneming. Het uurtarief dat hij factureerde lag een stuk hoger dan het brutoloon dat hij ontving als uitzendkracht. Daarnaast vroeg hij jaarlijks een VAR-winst aan bij de Belastingdienst en kon hij zonder toestemming verlof en vakantie opnemen. Toen zijn overeenkomst werd opgezegd op 6 augustus 2010 stelde hij dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst en niet van een overeenkomst van opdracht.
Overeenkomst van opdracht
Op basis van deze arbeidsovereenkomst had de man nog recht op vakantiegeld, uitbetaling van vakantieuren, loon over de niet in acht genomen opzegtermijn en een schadevergoeding voor onredelijk ontslag. Het gerechtshof stelde echter dat de man zich had opgesteld als ondernemer. Dit was namelijk ook de bedoeling geweest bij het aangaan van de overeenkomst. Volgens de rechter was er geen sprake van een arbeidsovereenkomst, maar van een overeenkomst van opdracht. Het maakte hierbij niet uit dat de man in bedrijfskleding liep, gebruikmaakte van de machines van de onderneming en de aanwijzingen van een voorman opvolgde. De man was dus niet in loondienst en moest zijn vergoeding aanmerken als winst uit onderneming. Hij had geen recht op de uitbetaling van de genoemde bedragen.
Gerechtshof 's-Gravenhage, 2 april 2012, LJN: BZ5984