Schoonmaak niet gedaan vanwege corona, toch betalen?

Het is een groot twistpunt tussen ondernemingen in de coronacrisis: wie draait op voor de schade? Zo wilde een schoonmaakbedrijf via de rechter een hotel dwingen om een rekening te betalen, ook al waren de schoonmaakdiensten vanwege corona niet geleverd. De rechtbank wees de claim echter af.

12 oktober 2020 | Door redactie

De coronacrisis zet druk op allerhande overeenkomsten tussen ondernemingen. Zo is de vraag of een ondernemer minder huur hoeft te betalen voor een bedrijfspand dat hij niet kan gebruiken. Of wie er opdraait voor de schade als een leverancier door de coronamaatregelen niet kan leveren.

Geen schoonmaak door corona-lockdown

In deze zaak ging het om een overeenkomst tussen een hotel en een schoonmaakbedrijf. Door de ‘intelligente lockdown’ was het hotel afgelopen voorjaar helemaal dicht en nam daarom geen schoonmaakdiensten af. Het schoonmaakbedrijf wilde betaling van facturen voor schoonmaak ten tijde van de sluiting, maar het hotel ging daar niet op in. In juli ging het hotel weer open, en liet het schoonmaakbedrijf weten dat zij maar een beperkt aantal schoonmakers zou inhuren. Voorlopig zouden hotelmedewerkers de openbare ruimtes en de kamers gaan schoonhouden.
Het schoonmaakbedrijf spande daarop een kort geding aan, om het hotel te houden aan de gesloten overeenkomst. Op basis daarvan zou het hotel maandelijks schoonmaakdiensten moeten afnemen, lockdown of niet. Ook zou het hotel geen eigen personeel in mogen zetten voor de schoonmaak. Verder wilde het schoonmaakbedrijf via de rechter overleg afdwingen over de doorlopende kosten nu het hotel tijdelijk minder diensten afnam.

Beroep op ‘onvoorziene omstandigheden’

De kortgedingrechter liep de overeenkomst na en concludeerde dat er nergens een afnameverplichting was afgesproken. Het hotel hoefde dus niet maandelijks de openbare ruimtes te laten schoonmaken tijdens de lockdown en daar ook niet voor te betalen. Ook mocht het hotel volgens de overeenkomst eigen schoonmaakpersoneel inzetten.
Maar ook als er wél een afnameverplichting was zou het hotel zich volgens de rechter succesvol kunnen beroepen op ‘onvoorziene omstandigheden’. Op basis van dit artikel uit het ondernemingsrecht zou het hotel dan alsnog niet hoeven te betalen. De rechter wees erop dat het hotel dit jaar een omzetdaling van 86% verwacht, terwijl het schoonmaakbedrijf zelf 9% minder omzet voorziet. Als de oude afspraken over schoonmaak overeind bleven zou dat onredelijk veel schade opleveren voor het hotel. Al met al hoefde het hotel de facturen dus niet te betalen. Wel vond de rechter dat de ondernemingen moesten overleggen over een aanpassing van de tarieven.
Rechtbank Amsterdam, 1 september 2020 (publicatiedatum 23 september 2020), ECLI (verkort): 4274