Verhuur van zonnepanelen is zelfstandige dienst

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde onlangs dat de verhuur van zonnepanelen als zelfstandige dienst moet worden gezien. De rechtbank kwam mede tot deze conclusie door te kijken naar de intentie van twee partijen, die was vastgelegd in een overeenkomst.

5 maart 2019 | Door redactie

In deze zaak verhuurde de huurder van een cultureel centrum dit onroerend goed door aan een bv. In de huurovereenkomst van mei 2015 hadden de huurder en de bv daarvoor een vergoeding afgesproken. Gas, water en elektriciteit maakten daar geen deel van uit. Voor de verhuur was geen sprake van voor BTW-belaste verhuur. In maart 2016 liet de huurder zonnepanelen op het dak van het centrum monteren. Voor het gebruik hiervan sloten de twee partijen een aparte huurovereenkomst.

Recht op aftrek omzetbelasting?

Heeft de huurder recht op aftrek van de omzetbelasting (tools) over de aanschaf van de zonnepanelen? En vormt de verhuur van de zonnepanelen een zelfstandige (belaste) dienst of hangt deze zodanig samen met de verhuur van de onroerende zaak dat deze opgaat in die vrijgestelde dienst? De huurder en de belastinginspecteur verschilden van mening. Het was aan Rechtbank Zeeland-West Brabant om hierover te oordelen.

Beroep gegrond, uitspraak vernietigd

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde dat in deze situatie de verhuur van de zonnepanelen en de verhuur van de onroerende zaak niet als één enkele, samengestelde dienst moesten worden beschouwd. De rechtbank achtte daarbij van belang dat de huurovereenkomst van de zonnepanelen bijna een jaar na de huurovereenkomst van de onroerende zaak was opgesteld en dat een afzonderlijke huurprijs was overeengekomen. De rechtbank achtte aannemelijk dat de huur van de zonnepanelen voor de bv een doel op zich was, mede door de intentie van de huurder en de bv. Uit de overeenkomst bleek namelijk dat de bv een besparing op de energiekosten wilde realiseren en dat de bv niet verplicht was de zonnepanelen te huren.
De verhuur van de zonnepanelen was dus een zelfstandige, met BTW-belaste dienst en de huurder had recht op aftrek van voorbelasting (tool). De rechtbank verklaarde het beroep dan ook gegrond en vernietigde de uitspraak op bezwaar en de naheffingsaanslag (tool). De rechtbank oordeelde ook dat de belastinginspecteur de proceskosten en de griffierecht van de huurder moest vergoeden. 
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 6 december 2018, ECLI (verkort): 6701