Winkelier moet verplichte openstelling kunnen weigeren

Het kabinet wil winkeliers wat meer keuzevrijheid geven bij het bepalen van hun openingstijden. Nu kan het nog zo zijn dat ondernemers tegen hun zin de deuren moeten openen vanwege nieuwe afspraken van een vereniging van eigenaren of winkeliersvereniging. Een wetsvoorstel moet daar een streep door zetten.

29 januari 2018 | Door redactie

Staatssecretaris Keijzer van Economische Zaken komt mede in actie naar aanleiding van de ontwikkelingen in het Groningse winkelcentrum Paddepoel. Een winkelier daar deed niet mee aan de nieuwe openingstijden die de coöperatieve vereniging van eigenaren in het winkelcentrum had afgesproken. Die weigering kwam hem uiteindelijk op een boete van ruim € 22.000 te staan. Onlangs concludeerde de rechter dat die boete terecht was opgelegd.

Openingstijden niet eenzijdig wijzigen

Zoiets kan niet de bedoeling zijn, vindt Keijzer. In een brief aan de Tweede Kamer schrijft de staatssecretaris dat de Winkeltijdenwet in 2013 juist is aangepast zodat ondernemers zelf hun eigen afweging kunnen maken en hun eigen openingstijden kunnen vaststellen. Maar in sommige gevallen kan het dus zo zijn dat afspraken van een vereniging de winkelier verplichten om open te zijn, ook als die ondernemer daar zelf niet mee heeft ingestemd.
Daar wil Keijzer wat aan doen. Een wetsvoorstel moet regelen dat het niet meer is toegestaan dat openingstijden worden gewijzigd zonder dat de winkelier daarmee heeft ingestemd. De staatssecretaris wil dat wetsvoorstel eind dit jaar klaar hebben.

‘Afspraak is afspraak’ blijft gelden

Keijzer benadrukt nog wel dat ondernemers die zelf een contract ondertekenen waarin staat dat de winkel op koopavond open moet zijn, zich ook aan dat contract moeten houden. Dat de winkels op dezelfde tijden open zijn, maakt een winkelcentrum namelijk wel aantrekkelijker. Onderlinge afspraken tussen ondernemers moeten dus mogelijk blijven, maar daar moet dan wel iedereen achter staan.
Detailhandel Nederland is blij met de actie van de staatssecretaris. Een uit de hand gelopen situatie als in Groningen ‘mag nooit meer gebeuren’, aldus de brancheorganisatie.