VERDIEPINGSARTIKEL

Gevolgen uitspraak rechtbank over onvoorziene omstandigheden

Stichtingen en verenigingen merken de huidige coronacrisis ook flink in hun portemonnee. De inkomsten lopen terug en veel vaste kosten lopen gewoon door. U moet bijvoorbeeld gewoon de huur van het pand, de machine of de auto blijven doorbetalen.

Maar misschien kunt u wel een beroep doen op onvoorziene omstandigheden en daardoor minder huur betalen. Dit blijkt uit een uitspraak van Rechtbank Den Haag.


10 maart 2021 4 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online en is geschreven door Björn de Smit, advocaat Contracten, Bouw en Aanbestedingen, en Jan de Wrede, advocaat Ondernemingsrecht, Marxman Advocaten, www.marxman.nl


Op 21 januari 2021 heeft Rechtbank Den Haag in een bodemprocedure uitspraak gedaan over de vermindering van de huurprijs vanwege de huidige coronacrisis. Een huurder hoeft met terugwerkende kracht daadwerkelijk minder huur te betalen, gedurende de duur van de overheidsmaatregelen vanwege corona. De huurder had een beroep gedaan op onvoorziene omstandigheden, omdat hij zijn horecagelegenheid moest sluiten. Wat is de impact van deze uitspraak voor uw organisatie?

Redelijkheid en billigheid

Van een onvoorziene omstandigheid is sprake, als een situatie van dien aard is dat een partij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten.

Onvoorzien betekent dat partijen niet in de mogelijkheid van het optreden van de betreffende omstandigheid hebben (willen) voorzien, bijvoorbeeld door het opnemen van een artikel over de betreffende omstandigheid. Of dat partijen die betreffende omstandigheid niet stilzwijgend hebben opgenomen in de overeenkomst, bijvoorbeeld gelet op de aard van de overeenkomst en dat de overeenkomst tussen commerciële of professionele partijen is gesloten.

Het is onredelijk om de gevolgen slechts bij één partij neer te leggen

De onvoorziene omstandigheid dient onder andere naar verkeersopvatting (de opvatting in de maatschappij) niet voor rekening van de partij te komen die daarop een beroep doet. Ook al zou een omstandigheid naar verkeersopvatting voor rekening en risico van een partij komen, dan zou een ernstige verstoring van de waardeverhouding alsnog mogelijk kunnen maken dat een succesvol beroep op onvoorziene omstandigheden wordt gedaan.

De rechter heeft geoordeeld dat er in dit geval sprake is van een onvoorziene omstandigheid, namelijk door te oordelen: ‘Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen moet de coronacrisis, gelet op haar omvang en de gevolgen voor de economie en de maatschappij, dan ook als een onvoorziene omstandigheid in de zin van artikel 6:258 BW worden beschouwd. Partijen hebben deze pandemie en haar gevolgen niet in de tussen hen gesloten huurovereenkomst verdisconteerd en mochten over en weer ook niet van elkaar verwachten dat dit wel het geval zou zijn.’

Gelet op de zwaarte en de duur van de overheidsmaatregelen, oordeelde de rechter dat het onredelijk is om de gevolgen daarvan slechts bij één partij neer te leggen. Er werd een beroep gedaan op de verstoring van de waardeverhouding.

Verstoring

In dat geval wordt een vergelijking gemaakt tussen de verplichting van een partij in het licht van de normale omstandigheden en de verplichting van een partij in het licht van de betreffende overheidsmaatregelen.

Hierbij geldt wel dat slechts één verstoring van de waardeverhouding dermate ernstig moet zijn om een rechter zover te krijgen om een beroep op onvoorziene omstandigheden te accepteren. Aan dat vereiste zult u niet snel voldoen.

Door het kunnen bewijzen van de verstrekkende gevolgen van de overheidsmaatregelen voor zijn organisatie, heeft de huurder de rechter ervan kunnen overtuigen om het beroep op onvoorziene omstandigheden te accepteren. De huurder van de horecagelegenheid hoefde daardoor gedurende de periode dat de betreffende overheidsmaatregelen van kracht waren minder huur te betalen.

Een extra zetje om aanpassing van bestaande huurovereenkomsten af te dwingen

Afdwingen

De uitspraak van Rechtbank Den Haag ging over de huur van een pand waarin een horecabedrijf werd geëxploiteerd. Echter, de uitspraak kan ook van invloed zijn op andere huurovereenkomsten die niets met horeca van doen hebben.

U kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan de huur van een machine die u door de overheidsmaatregelen niet meer kunt gebruiken, de huur van auto’s, de huur van fietsen en de huur van printers. Het kan hierbij ook gaan om de huur van sportvelden voor uw vereniging of de huur van het bedrijfsgebouw van uw stichting.

De uitspraak van de rechtbank Den Haag kan u als huurder een extra zetje geven om daadwerkelijk te proberen aanpassing van bestaande huurovereenkomsten af te dwingen. Dit kunt u dus doen door een beroep op onvoorziene omstandigheden.

Uitspraak heeft ook gevolgen voor andere overeenkomsten

De uitspraak van Rechtbank Den Haag kan ook gevolgen hebben voor andere overeenkomsten dan huurovereenkomsten. Het leerstuk van onvoorziene omstandigheden is van toepassing op allerlei soorten overeenkomsten.

Te denken valt bijvoorbeeld aan een koopovereenkomst van een clubhuis, een koopovereenkomst van een bedrijfsauto, een afgegeven borgtocht, een geldleningsovereenkomst en de overeenkomst voor het organiseren van een evenement. Ook bij die overeenkomsten kan een partij een beroep doen op onvoorziene omstandigheden als gevolg van corona en de overheidsmaatregelen.

Afspraken

Veel partijen hebben al een regeling met elkaar getroffen als gevolg van de overheidsmaatregelen. Zo zijn er afspraken gemaakt over het opschorten van de huur, het tijdelijk minder betalen van huur, het opschorten van de betaling van facturen en het tijdelijk minder hoeven afnemen van producten.

Wat als een partij alsnog in rechte een beroep doet op onvoorziene omstandigheden, om die afspraken of de onderliggende overeenkomst aan te tasten? De kans is dan zeer aannemelijk dat er geen sprake is van een onvoorziene omstandigheid. Immers, partijen hebben de afspraak gemaakt ten tijde van de coronapandemie en de overheidsmaatregelen.

Ook een beroep op ernstige verstoring van de waardeverhouding zal waarschijnlijk niet slagen. Dit omdat de andere contractspartij ook water bij de wijn heeft gedaan.

Verrassing

De uitspraak van Rechtbank Den Haag zal vrijwel zeker tot gevolg hebben dat contractspartijen (zoals verhuurders, leveranciers en verkopers) in het vervolg een uitgebreid artikel opnemen over de gevolgen van een pandemie of epidemie op de contractuele relatie met de andere partij. Zo kan uw contractspartij bijvoorbeeld (willen) opnemen welke omstandigheden niet als onvoorzienbaar zijn aan te merken.

Daarnaast zal een partij willen opnemen wat de gevolgen zijn als een onvoorziene omstandigheid zich wel voordoet. Het is belangrijk dat u nog beter de overeenkomst en de algemene voorwaarden bestudeert, zodat u achteraf niet voor vervelende verrassingen komt te staan.

In onderhandelingen zullen pandemieën en epidemieën en ook eventuele overheidsmaatregelen als gevolg daarvan een standaard agendapunt worden. U moet in een vroeg stadium bedenken welke afspraken u hierover wilt maken.